Wat is de betekenis van Joost?

2020
2021-06-18
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Joost

Zie Jodocus Eventueel ook van Justus. De uitdrukking 'Joost mag het weten' is niet rechtstreeks uit deze naam ontstaan, maar onder invloed ervan ontleend aan de naam van een op Java vereerde Chinese godheid. Deze naam kreeg meer in het algemeen de betekenis 'duivel'.

Lees verder
2020
2021-06-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Joost

1) (1719) (euf.) mannelijk lid. Andere eigennamen gebruikt voor de penis zijn: Bello*; Frederik*; Gerrit*; Jodocus* enz. • Alleman begon te roepen: Lubbert is aan 't Teefje vast; Laat 'em nou vry kusjes snoepen. Morgen gaat zen Joost te gast. (J. Zoet: D'uitsteekenste digtkunstige werken. 1719) • (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek....

Lees verder
2019
2021-06-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Joost

Joost - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

Lees verder
1997
2021-06-18
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

Joost

Deze mannelijke persoonsnaam onderging een uitbreiding van betekenis tot ‘duivel’. Ook komen in de 18de eeuw de verwensingen iemand naar Joost wensen, iemand naar Joost zenden nog voor. Zeer gewoon was loop voor Joost ‘loop naar de duivel!’ Ook in de 19de eeuw kwam dat Joost mij hole voor. Volgens het WN...

Lees verder
1984
2021-06-18
Nederlandse auteurs

Lexicon Nederlandse auteurs

Joost

zie Evert Werkman.

1977
2021-06-18
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

Joost

Joost - mannelijk lid. Voor eigennamen in de betekenis ‘penis’ zie Bello, Frederik. Alleman begon te roepen: Lubbert is aan ’t Teefje vast; Laat 'em nou vry kusjes snoepen. Morgen gaat zen Joost te gast, J. ZOET. Werken 378 [1719].

Lees verder
1973
2021-06-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Joost

➝Werkman, Evert.

1964
2021-06-18
voornamen

Voornamenboek

Joost

m -> Jodocus. Evt. ook van Justus. De uitdrukking ‘Joost mag het weten' is niet rechtstreeks uit deze naam ontstaan, maar onder invloed ervan ontleend aan de naam van een op Java vereerde Chinese godheid. Deze naam kreeg meer in het algemeen de betekenis 'duivel’.

Lees verder
1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Joost

m. (-en), mansnaam, uit Justus.

1939
2021-06-18
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Joost

Mag alles weten.

1933
2021-06-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Joost

Graaf van Lalaing, → Lalaing.

1919
2021-06-18
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Joost

(Dat mag — weten!) Dat mag de duivel weten ! Joost komt nog in vele derg. uitdrukkingen voor, ook in den vorm Joos; de laatste vorm is de oudere en juistere, daar de naam komt van een Chineesche Godheid, of het beeld daarvan; bij ons kreeg het langs de bet. van afgod die van duivel. De t kwam er bij, omdat men aan den mansnaam Joost dacht.

1898
2021-06-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Joost

JOOST, m. (-en), mansnaam; dat mag Joost weten, dat mag de duivel, de drommel weten, dat weet geen mensch.