Wat is de betekenis van jongleur?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jongleur

jongleur - Zelfstandignaamwoord 1. (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, acrobaat, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d. De jongleurs brachten de hovelingen verpoz...

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

jongleur

jongleur - zelfstandig naamwoord uitspraak: jong-leur 1. iemand die voorwerpen opgooit en weer opvangt ♢ deze jongleur hield tegelijkertijd tien ballen in de lucht Zelfstandig naamwoord: jong-leur de jongleur...

Lees verder
2002
2022-12-04
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

jongleur

Een jongleur is een evenwichtskunstenaar, die bijv. messen, en ballen omhoog werpt en weer opvangt; oorspr. speelman of speelvrouw in de middeleeuwen in Frankrijk, die de beoefening van poëzie en muziek als middel van bestaan had.

1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Jongleur

[Fr.] wie jongleert.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Jongleur

evenwichtskunstenaar; Franse beroepsdichter en -speelman (gesch.)

1981
2022-12-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Jongleur

een artiest die verscheidene voorwerpen, b.v. borden, ballen, knotsen, in een bepaalde regelmaat opgooit en weer vangt. Daarmee is vaak de handigheid verbonden om verschillende voorwerpen in evenwicht te houden.

Lees verder
1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

jongleur

[Fr. ➝Lat. joculator, potsenmaker], m. (-s), 1. middeleeuwse, door geheel Europa reizende virtuoze en veelzijdige acteur (e); 2. iemand die jongleert, evenwichtskunstenaar. (e) Een jongleur kon o.a. optreden als mimespeler, danser, musicus en dierentemmer. Een jongleur de geste droeg grote heldengedichten voor of fungeerde als begeleider van een...

Lees verder
1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Jongleur

goochelaar; werp- en vangkunstenaar.

1952
2022-12-04
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Jongleur

goochelaar; bedrieger; reizend zanger [in de Middeleeuwen].

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Jongleur

(Fr.), m. (-s), 1. (eig.) in de middeleeuwen in Frankrijk (inz. Provence) de naam van speellieden die de beoefening van poëzie en muziek als middel van bestaan hadden (tgov. troubadour, trouvère); in latere tijd zoveel als goochelaar en acrobaat; 2. hij die jongleert, evenwichtskunstenaar.

Lees verder
1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

jongleur

(Fr.) m. werp- en vangkunstenaar.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

jongleur

m. -s (Fr. evenwichtskunstenaar, werp- en vangkunstenaar). (j = zj).

1933
2022-12-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Jongleur

(Lat. joculator; Oud-Fransch Joglar, Jougleor) is de naam voor de rondtrekkende speellieden in de M.E., vooral in de streken van Bretagne. Voor de muziekgeschiedenis van de grootste beteekenis, omdat zij de melodieën van land tot land overbrachten. Vermoedelijk is door de j. de oeroude Keltische muziek naar het Z. van Europa gebracht. Pisca...

Lees verder
1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

jongleur

('gleur) m. (-s) [Fr. < Lat. joculator] 1. M. E. rondreizend dichter en speelman. 2. Tgw. hij die jongleert, evenwichtskunstenaar.

Lees verder
1926
2022-12-04
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Jongleur

Goochelaar (van het Latijnsche joculari, schertsen, den spot drijven). In de Middeleeuwen werden zoo genoemd de muzikanten, die zich bevonden in gezelschap van de troubadours (dichters, minnezangers).

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

jongleur

jongleur - m., goochelaar; werpen vang-kunstenaar.

1908
2022-12-04
Vivat

Schrijver op Ensie

Jongleur

bij de Provençalen vroeger een speelman van beroep (zie Frankrijk, letterkunde); thans zooveel als een kunstenmaker, koorddanser.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jongleur

JONGLEUR, m. (-s), (eig.) in de middeleeuwen in Frankrijk (inz. Provence) de naam van den dichter, die de beoefening van poëzie en muziek als middel van bestaan aanwendde (in tegenst. met troubadour, trouvère); — muzikanten of speellieden, die de troubadours vergezelden; — kunstenmaker.

Lees verder
1864
2022-12-04
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

jongleur

jongleur - m. (jongleurs), goochelaar, kunstenmaker