Wat is de betekenis van Jong?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jong

jong - Bijvoeglijk naamwoord 1. van geringe leeftijd jong - Zelfstandignaamwoord 1. een directe nakomeling van een dier jong - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jongen ♢ Ik jong 2. gebiedende wijs van jongen jong...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

jong

jong - bijvoeglijk naamwoord 1. wie of wat nog niet lang bestaat ♢ ze is pas achttien, dat is nog jong 1. jong en oud heeft plezier [iedereen heeft plezier] 2. die bril maakt he...

Lees verder
2005
2022-05-16
Harold Hamersma

wijnbegrippen in gewone mensentaal

jong

95 Procent van alle wijn wordt binnen twee jaar na het oogstjaar gedronken. En wordt daar ook op gemaakt. Opleggen is niet nodigen een kurk dus eigenlijk ook niet want die is vooral bestemd om hoge kwaliteitswijnen langzaam van zuurstof te voorzien om ze zo te laten ouderen. (Zie ook: kurk) Nog een weetje met betrekking tot jonge wijn: laat u niets...

Lees verder
1998
2022-05-16
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Jong

1. je bent - en je wilt wat,deze slagzin, waarmee de omroeporganisatie Veronica zich sinds 1978 wil profileren, vat op kernachtige wijze het jeugdige dynamisme samen van een groepje enthousiastelingen. De slogan wordt meestal toegeschreven aan de directeur van deze omroep, Rob Out. Her en der doken ook grappige varianten op, zoals je bent Out en je...

Lees verder
1994
2022-05-16
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Jong

Jong, Johannes de, Nederlands rooms-katholiek geestelijke en kerkhistoricus, *10.9.1885 Nes, +8.9.1955 Amersfoort. De Jong studeerde na zijn priesterwijding (1908) tot 1911 in Rome; hij doceerde van 1914-1935 kerkgeschiedenis aan het grootseminarie Rijsenburg. In 1935 werd hij coadjutor van de aartsbisschop van Utrecht; van 1936-1951 was hij aartsb...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

jong

o. (-en), 1. pas geboren dier: jongen werpen, jongen krijgen; (spr.) aap, wat heb je mooie jongen; 2. jonggeboren mens, kind.

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Jong

1. s.n., jong (it). 2. adj., jong, Iyts; eruitziende jeuchlik; -er zijn dan een broer, zuster, ûnder in broer, suster wêze; tezijn om mee te praten, noch net droech efter de earen wêze; de -ste dag, de einichste dei.

Lees verder
1949
2022-05-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Jong

Adrianus M. de (1888-1943), Nederlands romanschrijver vol warm gevoel en scherpe karaktertekening; vooral in zijn Merijntje Gijzen-reeks (4 dln). Johannes de (1885), Ned. kardinaal en kerkhistoricus. 1935 coadjutor van de aartsbisschop van Utrecht, die hij in 1936 opvolgde; 1945 kardinaal. Wegens vastberaden houding tegenover de bezetter in W.O. II...

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

jong

1 bn. (v. personen: 1 onbejaard; in de vergrotende en overtreffende trap: minder levensjaren tellend dan de anderen; van kinderen: pasgeboren; 2 nog niet lang ontkiemd, gegroeid enz.; vers; 3 jeugdig, nog niet gevorderd; 4 voortkomende uit, blijk gevende v. iems. jonkheid: dartel overmoedig; 5 nog in het tijdperk der jeugd; 6 nog niet verouderd; 7...

Lees verder
1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jong

Het begrip jong heeft 2 verschillende betekenissen: 1. jong - JONG, bn. bw. (-er, -st), tegenstelling van oud, jeugdig, nog weinig jaren tellend (van personen en dieren): jonge kinderen; jonge lieden; jong en oud was op de been; een jong paard; een nest met jonge ratten; — (fig.) jong Holland, politieke of litteraire fractie, die op nieuwe g...

Lees verder