Wat is de betekenis van Jansen?

2020
2021-09-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Jansen

(1970+) (euf. of sch.) mannelijk geslachtsdeel. Naar een veel voorkomende Nederlandse familienaam. Vgl. Am.-Eng. slang Johnson. • (Geïllustreerde Encyclopedie van de Sexualiteit. Ned. vertaling van The Visual Dictionary of Sex. H.J.W. Becht-Amsterdam. 1977-1980. Woordenlijst p. 126)

Lees verder
2017
2021-09-19
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Jansen

De familienaam Jansen is een patroniem met de betekenis 'zoon van Jan', roepnaam bij de doopnaam Johannes.

1985
2021-09-19
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

JANSEN

meest voorkomende familienaam in Noord-Brabant, gevolgd door Van de Ven, Van der Heijden, Van den Broek, Verhoeven, Smits, Janssen, Maas, Van den Heuvel, De Jong, Van Dijk, Van Dongen, Hendriks en Van Loon. De namen Jansen, Janssen en Janssens komen tweemaal zoveel voor als de daaropvolgende. Bron: Ned. Rep. Familienamen.

Lees verder
1980
2021-09-19
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Jansen

zie M. M. de Graaf; zie S. J. W. Grothe; zie M. E. van Hengel.

Lees verder
1955
2021-09-19
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

JANSEN

(Jansenius), Cornelius (1585-1638), van oorsprong Nederlander (geb. te Aequoy, Betuwe), studeerde theologie te Leuven, waar hij de toen bestaande tegenstand tegen het Molinisme leerde kennen en in aanraking kwam met Saint-Cyran met wie hij zich een aantal jaren op de studie van Augustinus toelegde. In 1617 te Leuven teruggekeerd, werd Jansen er de...

Lees verder
1949
2021-09-19
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Jansen

Andreas H. G. (1849-1916), Ned. priester en geleerde. 1883-’96 prof. in de H. Schrift en Kerkhistorie aan het Groot-Seminarie Rijsenburg. Directeur van het Aartsbisschoppelijk Museum. Vertaalde voor de zgn. Professoren-bijbel Paralipomenon of de Kronieken en Judith.Joannes H. G. (1868-1936), aartsbisschop van Utrecht, sinds 1930, van welke wa...

Lees verder
1933
2021-09-19
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Jansen

1) W. (1837/1911), Duitsch dichter en romanschr.; 2) Johs. V., *1873, Deensch schrijver.

Lees verder
1933
2021-09-19
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Jansen

1° Andreas H. G., Ned. priester en kunsthistoricus. * 3 Jan. 1849 te Zwolle, † 31 Oct. 1916 te Jutphaas. Promoveert in Klass. letteren te Groningen (1878). Priester gewijd te Rome, waar hij 1882 promoveerde in theologie. Doceerde van 1883 tot 1896 H. Schrift en kerkel. geschiedenis aan het grootseminarie te Rijsenburg; 1896-1910 pastoor...

Lees verder
1916
2021-09-19
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Jansen

Jansen, - 1) Ernestus Johannes Bernardus, geboren 1856 te Kleef, werd opgeleid aan het St. Dominicuscollege te Nijmegen en te Huisen bij Arnhem, en in 1883 tot R.-K. priester gewijd; 1883—88 profesor aan het St. Dominicuscollege voornoemd, sedert 1898 kapelaan te Rotterdam. Hij schreef: De Christelijke werkman, Geschiedenis der Katholieke Kerk, De...

Lees verder
1870
2021-09-19
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Jansen

Jansen (Anthony) of Anthoni Jansz van der Goes, een Nederlandse!) dichter en de vader van den beroemden Johannes Antonides van der Goes (zie Antonides), werd geboren te Goes omstreeks het jaar 1621, vestigde zich vervolgens te Amsterdam en overleed aan de gevolgen van een noodlottigen val op den Junij 1696. Hij schreef: „Christelyk vermaeck, bestae...

Lees verder