Wat is de betekenis van jagen?

2020
2021-06-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

jagen

1) (1950) (wielr.) een of meer ontsnapte tegenstanders achtervolgen. Frans: chasser; Engels: to chase. • En nadat Geminiani Bobet eenmaal met succes op de helling naar Niziers had afgeleverd, liet de lange, schrale Raphaël zich haastig terugzakken naar een jagend groepje - waarin Kuebler en Ockers - en begon hij daar, met vriend...

Lees verder
2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jagen

jagen - Werkwoord 1. (ov) bewegende wezens proberen te vangen 2. (ov) (scheepvaart)(verouderd) het door mens of dier vanaf de wal slepen van schuiten 3. (intr) snel voortgaan Woordherkomst Afkomstig van het Middelnederlandse jāghen, verwant met het Middelnederduitse jāgen, Oudhoogduitse jagōn, Oudfriese jagia. Verwante beg...

Lees verder
2018
2021-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

jagen

jagen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ja-gen 1. dieren achternazitten om ze te vangen of te doden ♢ ze joegen op wilde eenden 2. ze dwingen een bepaalde kant op de gaan ♢ de boer joeg de koe...

Lees verder
2017
2021-06-24
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Jagen

Jagen - gejaagd spelen, tegenspeler onder druk zetten. Jokeren (een tegenstander) voor gek zetten. Vgl. dollen. Kanjer een erg hard schot.

2010
2021-06-24
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

jagen

jagen: hard rijden om vluchters te pakken te krijgen.

2009
2021-06-24
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

jagen

Een of meer ontsnapte tegenstanders achtervolgen. Frans: chasser; Engels: to chase. En nadat Geminiani Bobet eenmaal met succes op de helling naar Niziers had afgeleverd, liet de lange, schrale Raphaël zich haastig terugzakken naar een jagend groepje - waarin Kuebler en Ockers - en begon hij daar, met vriendelijke assistentie van enige andere Frans...

Lees verder
2009
2021-06-24
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

jagen

(onov ww; jaagde of joeg; heeft gejaagd) SP - in hoog tempo de koplopers) achtervolgen (om bij te halen).

2008
2021-06-24
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

jagen

(onov ww; jaagde of joeg; h. gejaagd) LO - in hoog tempo achter de koploper(s) aanzitten.

1999
2021-06-24
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Jagen

Jagen - het tempo verhogen tijdens een wielerwedstrijd; de achtervolging inzetten. Met veel moeite sloten we aan bij het jagende peloton. Maarten Ducrot: Berichten uit de Tour de Trance, 1987 Maar achteraf is er toch behoorlijk gejaagd achter hem en nooit werd de kloof spektakulair smaller. De Morgen, 18-3-88 Maar toch moesten ze veertig kilomete...

Lees verder
1998
2021-06-24
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

jagen

1. Moedwillig afwijkend bieden of spelen teneinde abnormale resultaten te creëren. ‘Jagen’ wordt nog wel eens in de slotfase van een parentoernooi gedaan wanneer men nog een paar toppen nodig heeft om in de prijzen te eindigen. 2. Drijven.

Lees verder
1973
2021-06-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

jagen

(jaagde of joeg, heeft gejaagd), 1. (overg.) wild vervolgen om het buit te maken en te doden; (onoverg.) op de jacht zijn: ik heb dit jaar nog niet gejaagd; — met pijl en boog; met een vz ..op patrijs —; als (overg.) ww.: herten —; 2. (onoverg.) (fig.) naar eer en roem —, rusteloos streven, trachten te verkrijgen; 3. (over...

Lees verder
1971
2021-06-24
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Jagen

Jagen - het vooruit trekken vanaf de wal van een vaartuig met een lange jaaglijn. Deze wordt daartoe zodanig (b.v. aan het want) vastgemaakt, dat het jacht bijna vanzelf evenwijdig langs de kant blijft varen. Voor de jagers die het schip voort trokken, waren naast de vaarwegen speciale jaagpaden aangelegd. Zeilvaartuigen ook jachten werden meestal...

Lees verder
1952
2021-06-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Jagen

v., jeije, j a g e, j a g e; op wild — wyldjeije; (snel gaan), strûze; (een schip door een paard laten trekken) peartsje, pearterje. jager s., jager, wyldsjitter, wyldskut; (vogel); kleinste —, séfalkje (it); kleine —, séfalk, lytse skraeits, lytse strontjager,...

Lees verder
1950
2021-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Jagen

(jaagde, heeft gejaagd; ook joeg), 1. wild vervolgen om het buit te maken en te doden; (onoverg.) op de jacht zijn: ik heb dit jaar nog niet gejaagd; jagen met pijl en boog; — met een vz.: op patrijs jagen; — als overg. ww\ : herten jagen; 2. (fig.) naar eer en roem jagen, rusteloos streven, trachten...

Lees verder
1937
2021-06-24
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Jagen

In het algemeen: het verrichten van arbeid door een paard, dat aan een lijn trekt. Een jaagpaard voor een schuit. Opjagen van hooi: ophijschen van het hooi in de schuurruimte door middel van een lijn, loopend over een katrol en met hulp van een paard.

Lees verder
1933
2021-06-24
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Jagen

Voortbewegen van een vaartuig vanaf den oever. Het j. komt tegenwoordig op de groote kanalen in Ned. vrijwel niet meer voor. Regel is het slepen van niet-zelfvarende schepen door middel van sleepbooten. In andere landen (België, Frankrijk) wordt het j. daarentegen nog veelvuldig toegepast. Het geschiedt dan niet meer door menschen of paarden,...

Lees verder
1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jagen

JAGEN, (jaagde, heeft gejaagd; ook joeg), wild vervolgen, op de jacht zijn : (op) konijnen, herten jagen; ik heb dit jaar nog niet gejaagd; (fig.) naar eer en roem jagen, rusteloos streven, trachten te verkrijgen; — vervolgen om te verdrijven : iem. uit het huis jagen; de kippen van het erf jagen; — tot spoed aanzetten, snel doen gaan:...

Lees verder
1898
2021-06-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Jagen

zie Drijven,