Wat is de betekenis van jachtopziener?

2020
2021-09-23
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

jachtopziener

bewaker van een jachtgebied. iemand die als beroep voor de eigenaar van een jachtterrein toezicht houdt op de wildstand en op de naleving van de jachtwet op dat terrein; bewaker van een jachtgebied. Voorbeelden: 'Ik heb wel gehoord dat op De Woldberg meer wordt gestroopt', aldus Greveling. Plotseling trapt de jachtopziener...

Lees verder
2019
2021-09-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jachtopziener

jachtopziener - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) een persoon die erop toeziet dat de jachtwet nageleefd wordt Mijn buurman is jachtopziener. Woordherkomst Samenstellende afleiding van jacht en de stam van opzien met het achtervoegsel -er

Lees verder
1990
2021-09-23
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

jachtopziener

jachtopziener - Te gebruiken voor diegenen die zijn ingehuurd door particulieren, bijv. op een landgoed of wildreservaat, om de natuur in stand te houden ten behoeve van het wild, het voorkomen van stropen en de werkgevers en andere bevoegde personen te assisteren bij het jagen. Gebruik 'jachtopzichter' voor ambtenaren die toezicht houden...

Lees verder
1973
2021-09-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

jachtopziener

m. (-s), ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van de jachtwet. (e) De jachtopziener is belast met de bescherming en verzorging van het wild in een jachtveld. Hij is in de regel onbezoldigd ambtenaar van politie. Zijn taak bestaat vooral in het bestrijden van stroperij, het korthouden van roofwild en het zorgen voor voederplaatsen. De me...

Lees verder
1950
2021-09-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Jachtopziener

m. (-s), beambte belast met het toezicht op de naleving der jachtwet.