Wat is de betekenis van Invloed?

2019
2022-01-21
Eva Ghysels

Leiderschapsconsultant en executive coach, owner House of Human Impact

Invloed

De eigenschap om effect te hebben op hoe je denkt, voelt en handelt. Door nieuwe perspectieven te creëren en verantwoordelijkheid te nemen voor je overtuigingen en gedrag creëer je zelf vrijheid en autonomie. Grip op je persoonlijk geluk en zakelijk succes. Leiderschap & invloed: ongeacht de omstandigheden je goed voelen en de resulta...

Lees verder
2019
2022-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

invloed

invloed - Zelfstandignaamwoord 1. inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere Dit schilderwerk vertoont impressionistische invloeden. 2. het vermogen om op anderen in te werken Als hoge ambtenaar heeft hij een grote invloed.

Lees verder
2018
2022-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

invloed

invloed - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-vloed 1. wat eruit voortkomt ♢ wat is de invloed van het slechte weer op jouw humeur? 1. onder invloed van de omstandigheden [door de omstandigheden]...

Lees verder
1994
2022-01-21
Grondbeginselen der sociologie

Begrippenlijst Grondbeginselen der sociologie

Invloed

Invloed is het door middel van argumenten overtuigen van mensen, waarbij het hen vrij staat zich al dan niet te laten overtuigen.

1990
2022-01-21
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

invloed

invloed - Te gebruiken voor het effect van iemand of zijn werk op andermans creatieve ideeën of werk. Gebruik 'beïnvloeden' voor het uitoefenen van invloed op andermans handelen, gedrag, opvattingen of werk.

1973
2022-01-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

invloed

m. (-en), 1. uitwerking van een gebeuren, inwerking van een zaak of omstandigheid op een andere zaak: de — van het klimaat op de gezondheid; hij voelde de — van de krachtige wijn; onder de — zijn, nl. van alcoholische drank; 2. zedelijke inwerking van een persoon op anderen: een goede, verderflijke hebben; — (uit)oefenen, v...

Lees verder
1952
2022-01-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Invloed

s., ynfloed; (vat), fet, faet; — krijgen, foet krije; — oefenen op, wraek (en wramen) dwaen op; het ene ondervindtvan het andere, it iene hinget nei it oare.

1950
2022-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Invloed

m. (-en), 1. invloeiing van goddelijke, geestelijke kracht: 2. zinnelijk niet waarneembare inwerking van een zaak of omstandigheid op een andere zaak of een gesteldheid, ook die van personen: de temperatuur der lucht heeft invloed op de snelheid van voortplanting van het geluid’, de invloed van het klimaat op de gezondheid ; al die...

Lees verder
1937
2022-01-21
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

invloed

m. -en (uitwerking van de ene zaak op de andere inz. zedelijke inwerking v. e. persoon op een ander; geestelijk overwicht; gezag, vermogen): invloed hebben, [uit]oefenen op; zijn invloed doen gelden, aanwenden bij, overwicht; onder de invloed (staan) van sterke drank; een man van invloed, invloedrijk.

1898
2022-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Invloed

INVLOED, m. (-en), uitwerking van de eene zaak op de andere : de temperatuur der lucht heeft invloed op de snelheid van voortplanting van het geluid; de drukking der lucht is daarop echter niet van invloed; — zedelijke uitwerking van den eenen persoon op den anderen, vermogen, gezag, overwicht: invloed hebben, invloed oefenen of uitoefenen, v...

Lees verder