Wat is de betekenis van intelligentie?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

intelligentie

intelligentie - Zelfstandignaamwoord 1. een eigenschap van de werking van de hersenen van mensen met veel verschillende functies

Lees verder
2018
2021-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

intelligentie

intelligentie - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-tel-li-gent-sie 1. het vermogen om je verstand te gebruiken ♢ intelligentie is een voorwaarde om te kunnen leren 1. kunstmatige intelligentie [co...

Lees verder
2017
2021-05-16
Mark Nelissen

Professor emeritus in de gedragsbiologie.

intelligentie

intelligentie - Term met verscheidene omschrijvingen, gaande van leervermogen, over redeneervermogen, tot inventiviteit of inzicht. Het is wellicht aangewezen i. te zien als een veelheid van vaardigheden, waaronder waarnemingsvermogen, verbeelding, geheugen, mentale flexibiliteit, de mogelijkheid het gedrag aan te passen, de mogelijkheid problemen...

Lees verder
2010
2021-05-16
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

intelligentie

Intelligentie is je vermogen om iets gemakkelijk te leren, te begrijpen en te onthouden en de vaardigheid om die kennis te gebruiken bij het oplossen van problemen. De psycholoog drukt de intelligentie uit in het intelligentiequotiënt (IQ). Zoals je voor taal of rekenen een 5 of een 9 kunt hebben, zo kun je ook het IQ in een getal uitdrukken. Er zi...

Lees verder
2005
2021-05-16
Basisboek Effectief leren

Basisboek Effectief leren

Intelligentie

Howard Gardner, pionier in het denken over meervoudige intelligentie, omschrijft intelligentie als de bekwaamheid een probleem op te lossen.

2004
2021-05-16
Medische Basiskennis

Begrippenlijst Medische Basiskennis

Intelligentie

Vermogen om kennis en ervaring toe te passen bij het oplossen van of het omgaan met problemen.

1994
2021-05-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Intelligentie

[Lat. intelligentia] schranderheid, verstandelijk vermogen; -quotiënt (afk. I.Q.), getal dat de verhouding aangeeft van iemands intelligentie ten opzichte van het normale; -test, onderzoek naar schranderheid door bep. opgaven te verstrekken (aangepast aan leeftijd).

1993
2021-05-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Intelligentie

verstand

1992
2021-05-16
Psychologie en Sociologie

Psychologie en Sociologie

Intelligentie

Vermogen om snel pekelharry en efficiënt problemen op te lossen.

1974
2021-05-16
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

intelligentie

(L., intellegens = verstandig, deskundig), het zich kunnen aanpassen aan een nieuwe situatie d.m.v. doelmatige toepassing van de hulpmiddelen van het denken, waardoor een doelmatige handeling ontstaat, ➝ inzichthandeling.

1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

intelligentie

[→Lat. intelligere, verstaan, begrijpen], v., het vermogen van de mens om problemen op te lossen; (pregn.) groot verstandelijk vermogen, schranderheid. (e) Twee vraagstukken zijn bij de studie van de intelligentie van belang. Is het zinvol om de intelligentie uit te drukken in één maat, het befaamde →intelligentiequotië...

Lees verder
1965
2021-05-16
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

INTELLIGENTIE

vermogen om verhoudingen te begrijpen die er tussen de elementen van een situatie bestaan en zich daaraan aan te passen om zijn eigen doelstellingen te verwezenlijken, vermogen tot oplossen van problemen. Lange tijd meende men dat alleen de activiteit die gericht is op de begrips- en oordeelsvorming een activiteit die zich ontwikkelt aan de hand va...

Lees verder
1954
2021-05-16
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Intelligentie

datgene wat men met de intellectuele functies weet te presteren; dit is ook van heel andere dingen afhankelijk dan van het intellect alleen; fantasie, intuïtie en het gevoelsleven (tussenmenselijk contact) spelen een grote rol.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Intelligentie

(<Lat.), v., 1. verstandelijk vermogen ; schranderheid; 2. (veroud.) gemeenschap; ik heb intelligentie hiervan, dit is mij bekend.

Lees verder
1949
2021-05-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Intelligentie

vermogen van iemand die zich snel en op de juiste wijze kan aanpassen aan nieuwe eisen.

1948
2021-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

intelligentie

v. 1 verstand, bevattelijkheid, vlugheid; 2 bericht, tijding; 3 (spirit.) geest v. e. overgegane.

1939
2021-05-16
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Intelligentie

Wat tegenstanders missen.

1933
2021-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Intelligentie

De meeningen van bekende psychologen over het wezen en het begrip van de i. loopen sterk uiteen. Wilhelm Wundt ziet het wezen van de i. in de zinvolle samenwerking van verbeelding en verstand. Ebbinghaus: de vaardigheid in het combineeren van dingen, gedachten en begrippen. Stern: het algemeen vermogen van het individu om zijn denken bewust op nieu...

Lees verder
1925
2021-05-16
Wijsgeerige kunsttermen

Dr. C.J. Wijnaendts Francken

intelligentie

Verwant met het intellect, maar toch daarvan te onderscheiden. Volgens Stern is daaronder te verstaan de algemeene bekwaamheid van een individu om met bewustheid zijn denken in te stellen op nieuwe eischen; het algemeene geestelijk aanpassingsvermogen dus aan nieuwe levenstaak en nieuwe levensvoorwaarden, — juist het omgekeerde dus van instin...

Lees verder
1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Intelligentie

INTELLIGENTIE, v. verstand, doorzicht, schranderheid; — bericht, tijding; (fig.) ik heb intelligentie hiervan, dit is mij bekend.

Lees verder