Wat is de betekenis van Integriteit?

2021
2022-09-29
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Integriteit

Integriteit is een persoonlijke- of karaktereigenschap van iemand. Diegene is onkreukbaar of in ongeschonden toestand, of houdt vast aan zijn of haar normen en waarden, ook als deze van buitenaf onder druk staan. De waarden en begrippen eerlijkheid, betrouwbaarheid, rechtschapenheid en oprechtheid worden doorgaans aan een integer persoon gekoppeld...

Lees verder
2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

integriteit

integriteit - Zelfstandignaamwoord 1. onschendbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid Iemands integriteit in twijfel trekken. 2. betrouwbaarheid van gegevens in het kader van informatiebeveiliging Woordherkomst Van het Engelse integrity of het Franse intégrité, van het Latijnse 'integri...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

integriteit

integriteit - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-te-gri-teit 1. het eerlijk en betrouwbaar zijn ♢ hij is bekend om zijn integriteit Zelfstandig naamwoord: in-te-gri-teit de integriteit

Lees verder
2017
2022-09-29
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Integriteit

Wie een officiële functie heeft moet integer zijn. Een van de aspecten daarvan is dat burgers bij bijvoorbeeld de politie of de belastingdienst gelijk behandeld moeten worden. Integer zijn betekent dat mensen uit geen enkele (etnische) groep bevoor- of benadeeld mogen worden. Meestal wordt door de meerderheidscultuur onmiddellijk aan migranten geda...

Lees verder
2007
2022-09-29
Lexicon van de Ethiek

Verklarend lexicon van de meest gebruikte begrippen uit de hedendaagse ethiek.

Integriteit

De term integriteit, ontleend aan het Latijn, betekent letterlijk ‘heelheid’ (vergelijk ‘integreren’, ‘integratie’). De term is, zowel etymologisch als inhoudelijk, verwant aan ‘intactheid’ (afgeleid van 'tangere’, ‘aanraken’; vergelijk Kemp 2000). In de ethiek heeft integriteit uiteenlopende betekenissen. Wat ze gemeen hebben, is dat integriteit d...

Lees verder
1994
2022-09-29
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Integriteit

[Lat. integritas = ongeschondenheid, onbaatzuchtigheid] rechtschapenheid, onkreukbaarheid.

1993
2022-09-29
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Integriteit

onschendbaarheid; rechtschapenheid; ongeschonden toestand

1981
2022-09-29
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Integriteit

1. volledigheid, ongeschonden toestand: bij verdrag kan de ene staat de integriteit van zijn grenzen waarborgen; 2. onkreukbaarheid: een integer mens is iemand die rechtschapen en trouw is.

Lees verder
1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

integriteit

[→Fr.j, v., 1. ongeschonden toestand; 2. (volkenrecht) onschendbaarheid van de soevereiniteit van een staat met betrekking tot zijn gebied (e);3.rechtschapenheid, onomkoopbaarheid. (e) Elke staat mag met nadruk vorderen dat een vreemde staat zich zal onthouden van elke poging tot uitoefening van enig gezag op zijn gebied, hetzij justitieel, mi...

Lees verder
1955
2022-09-29
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Integriteit

ongeschonden staat ; onomkoopbaarheid ; rechtschapenheid.

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Integriteit

(<Fr.), v., 1. ongeschonden toestand; 2. (volkenrecht) onschendbaarheid van de souvereiniteit van een staat met betrekking tot zijn gebied; 3. rechtschapenheid, onomkoopbaarheid.

Lees verder
1948
2022-09-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

integriteit

v. ongeschonden toestand, volledigheid; onomkoopbaarheid, onkreukbaarheid.

1947
2022-09-29
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Integriteit

(volkenrecht). Territoriale integriteit is de onschendbaarheid van het grondgebied van de souvereine staat, als gevolg van zijn onaantastbaarheid. Iedere souvereine staat heeft het volste recht te vorderen, dat vreemde staten zich zorgvuldig onthouden van elke poging tot uitoefening van enig gezag op zijn gebied, hetzij justitieel, militair of admi...

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

integriteit

v. (Fr. [Lat. integritas]: ongeschonden toestand; onschendbaarheid; rechtschapenheid, onkreukbaarheid): de integriteit van een staat handhaven; iems. integriteit.

1933
2022-09-29
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Integriteit

onschendbaarheid v/i grondgebied v/e staat, kan worden gewaarborgd door garantieverdragen.

1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

integriteit

(integri'teit) v. 1. [Lat. integer, gaaf, ongeschonden] a. Algm. gaafheid, ongeschondenheid. b. Inz. een- en onverdeeldheid: de van een staat handhaven. 2. het integer zijn, onkreukbaarheid, onomkoopbaarheid, rechtschapenheid.

Lees verder
1926
2022-09-29
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Integriteit

beteekent ongeschondenheid. Het woord wordt vooral gebezigd van geschriften en duidt dan aan, dat het geschrift nog verkeert in denzelfden staat, als waarin de schrijver het gaf, er is niets van verloren gegaan en niets ingelascht. Zoo spreekt men ook van de integriteit van de Bijbelboeken, en twist men over de vraag, of deze boeken veranderingen h...

Lees verder
1916
2022-09-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Integriteit

Integriteit - onschendbaarheid van grondgebied,een gevolg van de rechtspersoonlijkheid van een staat, de onaantastbaarheid van dezen. Elke staat mag met nadruk vorderen, dat een vreemde staat zich zorgvuldig onthoude van elke poging tot uitoefening van eenig gezag op zijn gebied, hetzij justitueel, militair of administratief. De i. van een staat ka...

Lees verder
1914
2022-09-29
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

integriteit

integriteit - v., ongeschonden staat ; volledigheid ; ook : onomkoopbaarheid ; rechtschapenheid.

1910
2022-09-29
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Integriteit

Integriteit - rechtschapenheid, onomkoopbaarheid, nauwgezetheid in zaken.