Synoniemen van Integraal

2019-12-14

Integraal

Het bijvoeglijke naamwoord 'integraal' wordt gebruikt als iets allesomvattend is, er ontbreekt niets. Synoniemen van integraal zijn: voltallig, algeheel, helemaal, volledig, onverkort. De term wordt veel gebruikt in de politiek, bij het maken van beleid: "de oplossing van het fileprobleem vraagt om een integrale aanpak". Ook komt het begrip veel voor in de techniek, bijvoorbeeld als twee componenten met elkaar worden geïntegreerd: "een geïntegreerd telefoon- en internetnetwerk". Binnen organis...

2019-12-14

integraal

integraal - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) limiet van de som van onbepaald afnemende termen integraal - Bijvoeglijk naamwoord 1. voltallig, geheel, allesomvattend, volledig: -grale publicatie (bw) (bn) Woordherkomst afgeleid van het Franse intégral

2019-12-14

integraal

integraal - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: in-te-graal 1. in zijn geheel, zonder dat er iets ontbreekt ♢ de werken van Multatuli zijn integraal uitgegeven Bijvoeglijk naamwoord: in-te-graal de/het integrale ... Tegenstellingen deels, gedeeltelijk, partieel

2019-12-14

Integraal

Integraal - (wisk.), limiet, waartoe een som nadert als men ’t aantal termen onbepaald laat toenemen, terwijl elke term tegelijkertijd onbepaald afneemt. —Voor de berekening van de integralen der verschillende functies zie bij INTEGRAALREKENING/

2019-12-14

Integraal

Integraal - werkelijk, in zijn geheel, onschendbaar, ondeelbaar, volkomen.

2019-12-14

integraal

integraal - bn. op zich zelfbestaande, geheel

2019-12-14

integraal

integraal - op zichzelf staand, een geheel uitmakend; „een integraal” is een Nederlandsche staatsschuldbrief van 2 ½ % rente.

2019-12-14

Integraal

(< Lat. integer = volledig) (wisk.), instrument, dat dient ter mechanische uitvoering van graphische integraties (→ Graphische berekeningswijzen). Hierbij beweegt zich een stift langs de gegeven kromme y = f(x), terwijl een teekenstift automatisch een kromme lijn beschrijft, die een der integralen van f(x) is. [i]J. Ridder[/i] Lit.: Galle, Mathem. Instrumente (1912).

2019-12-14

Integraal

Behalve voor het woord integraal-rekening, die in de hogere algebra een rol speelt, is integraal het oude, ook in het buitenland bekende woord voor een schuldbrief van den Nederlandsen Staat uit 1814, toen de Nederlandse staatsschuld werd geordend en integralen de stukken werden genoemd, die in hun geheel (vandaar integraal) als werkelijke schuld erkend werden. Vandaar de uitdrukking N.W.S. (Nederlandse werkelijke schuld) voor de obligaties uit dien tijd.

2019-12-14

integraal

1 aj. een geheel uitmakende, algeheel, volledig; 2 v. Nederl. staatsschuldbrief die 2 ½ % rente geeft.