Synoniemen van instructeur

2019-12-09

instructeur

Het begrip instructeur heeft 2 verschillende betekenissen: 1) iemand die voor zijn beroep anderen onderricht en traint voor activiteiten die technische en praktische vaardigheid vergen, zoals voor een sport, de besturing van een vervoermiddel, technische beroepsbezigheden enz. 2) man die voor zijn beroep anderen onderricht en traint voor activiteiten die technische en praktische vaardigheid vergen, zoals voor een sport, de besturing van een vervoermiddel, technische beroepsbezigheden enz.

2019-12-09

instructeur

instructeur - Zelfstandignaamwoord 1. (onderwijs) (beroep) iemand die anderen instrueert (onderricht) in een vaardigheid Woordherkomst afgeleid van het Franse 'instructeur' of daarvoor van het Latijnse 'instructor' Naamwoord van handeling van instrueren met het achtervoegsel -eur Synoniemen leraar, meester, onderwijzer Verwante begrippen mannelijke vorm van instructrice

2019-12-09

instructeur

instructeur - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-struc-teur 1. iemand die anderen voor een vak opleidt ♢ de instructeur bij de timmerlessen is meester Holsteijn 2. iemand die anderen een vaardigheid aanleert ♢ mijnheer Van de Vijver was mijn instructeur bij de rijlessen Zelfstandig naamwoord: in-struc-teur

2019-12-09

Instructeur

INSTRUCTEUR, m. (-s), leermeester, onderrichter, exercitiemeester.

2019-12-09

instructeur

instructeur - m., leermeester.

2019-12-09

instructeur

instructeur - m. (instructeurs), instructor, m. (instructoren), leermeester, onderrichter; exercitiemeester

2019-12-09

instructeur

m. oefenmeester, drilmeester.