Wat is de betekenis van instinct?

2020
2020-10-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

instinct

instinct - Zelfstandignaamwoord 1. (biologie) gedrag dat geheel genetisch bepaald is Hun instinct doet insecten afkomen op een lichtbron in de duisternis. Verwante begrippen aandrift

Lees verder
2017
2020-10-31
Mark Nelissen

Professor emeritus in de gedragsbiologie.

instinct

instinct - Oude benaming voor aangeboren gedrag, gedrag dat door het proces van de natuurlijke selectie gedurende vele generaties is gevormd. I. staat tegenover aangeleerd gedrag of culturele transmissie.

2017
2020-10-31
Henk van Oort

Lexicon antroposofie

Instinct

Streving afkomstig uit het fysieke lichaam.

2007
2020-10-31
Piet van der Ploeg

Auteur Psychologie woordenboek

instinct

Instincten zijn essentiële 'overlevingsacties' die onbewust ingegeven worden, aan de hand van aangeboren reacties. Het is een automatisme dat bij dieren het doen en laten sterk bepaalt, maar ook bij mensen als een natuurlijk reactievermogen wordt gezien. Taal is een belangrijk communicatiemiddel maar het kan mensen er ook van weerhouden hun intuïti...

Lees verder
1994
2020-10-31
Grondbeginselen der sociologie

Begrippenlijst Grondbeginselen der sociologie

Instinct

Instinct is een natuurdrift, biologisch van generatie op generatie overgedragen (in principe) onveranderlijke gedragswijze.

1994
2020-10-31
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

instinct

instinct - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-stinct 1. aangeboren drang om op een bepaalde manier te handelen ♢ door zijn instinct weet een hond wie hij kan vertrouwen 1. mijn instinct zegt me... ...

Lees verder
1974
2020-10-31
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

instinct

(L., instinctus = aandrift), complex van driften, waardoor een dier instincthandelingen kan verrichten zonder ervaring, overleg of combinatievermogen. Volgens Tinbergen een nerveus mechanisme, gevoelig voor bepaalde impulsen (in- en uitwendig), waarop gecoördineerde bewegingen volgen, die individu en soort in stand houden, ➝ instincthandeling....

Lees verder
1965
2020-10-31
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

INSTINCT

spontaan, aangeboren en onveranderlijk → gedrag dat alle leden van dezelfde soort gemeen hebben en dat aangepast lijkt aan een doel dat men zich niet bewust is. Een vogel, die een bepaalde organische ontwikkeling bereikt heeft, bouwt een nest volgens een techniek die zijn soort eigen is.

1949
2020-10-31
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Instinct

dierlijk vermogen om zonder fouten gecompliceerde, op een doel gerichte handelingen te verrichten.

1948
2020-10-31
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

instinct

o. natuurdrift, ingeschapen aandrift of neiging.

1933
2020-10-31
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Instinct

Instinct is het vermogen, krachtens hetwelk de dieren vaak zeer gecompliceerde, doelmatige handelingen (bijv. het bouwen van hun nest, het zorgen voor hun nakomelingschap, het vangen van hun buit) feilloos verrichten, zonder eenige oefening. Omtrent de verklaring van het i. heerscht onder de psychologen groote verdeeldheid. Sommige (Bohn, Verlaine)...

Lees verder
1928
2020-10-31
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Instinct

Je hebt natuurlijk allemaal wel eens horen spreken over het instinct van dieren, maar ’t is nu niet zo erg gemakkelijk, om een volledige omschrijving te geven van wat dit instinct eigenlijk is. Wanneer we zeggen, dat instinct natuurdrift is, dan komen we al een heel eind. In alle dieren en ook in den mens leven krachten, die met het verstand...

Lees verder
1926
2020-10-31
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Instinct

(van het Latijnsche woord instinctus = aanprikkeling) duidt het complex aangeboren strevingen en vaardigheden aan, waardoor levende wezens in staat zijn zonder overleg doelmatige handelingen te verrichten. Eduard von Hartmann omschrijft het instinct als „ein zweckmassiges Handeln ohne Bewusstsein des Zweckes”. Bij den mensch is het inst...

Lees verder
1923
2020-10-31
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Instinct

(instinctus, aandrift), natuurdrift; de van het verstand onafhankelijke aandrift tot handelingen, die dienstig zijn voor het behoud van het individu en de soort (Meyer). Instinctief, onbewust.

1916
2020-10-31
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Instinct

Instinct - (Lat. instinctus, aandrijving, aandrift), kan in ’t algemeen bepaald worden als „drang tot doelmatig handelen zonder bewustzijn van een doel”. Dit onbewuste doel is de instandhouding, bevordering, bescherming van het leven. De instincthandeling draagt den stempel der rede, zonder op redelijk overleg te berusten. De grens tusschen zuivere...

Lees verder
1914
2020-10-31
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

instinct

instinct - o., natuurdrift; neiging, die ingeschapen is.

1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Instinct

INSTINCT, o. natuurdrift; inwendig gevoel dat tot handelen aanspoort, inz. ingeschapen aandrift tot onbewust doeltreffend handelen: instinct tot zlfbehoud; blind instinct; het instinct der dieren is vaak verwonderlijk; alleen uit instinct handelde hij aldus; aangeboren geestesgave; intuïtie.

1898
2020-10-31
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Instinct

zie Aandrift.

1864
2020-10-31
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

instinct

instinct - instinkt, o. gmv. natuur-, kunstdrift, natuurlijke aandrift; ingeschapen neiging, aangeboren geschiktheid