Synoniemen van instaan

2019-10-20

instaan

instaan - onregelmatig werkwoord uitspraak: in-staan 1. ervoor zorgen dat het zeker is ♢ ik kan er niet voor instaan dat de bank er op tijd is 1. ik sta ervoor in [ik zorg ervoor] 2. ik sta niet voor de gevolgen in [reken er maar op dat het slecht af kan lopen]

2019-10-20

instaan

instaan - Werkwoord 1. ergens borg voor staan Woordherkomst samenstelling van in(bijwoord) en staan(werkwoord)

2019-10-20

Instaan

INSTAAN, (stond in, heeft ingestaan), borg zijn (vooral met het oog op zedelijke verantwoordelijkheid) : ik sta voor hem in; ergens voor instaan, zich aansprakelijk ervoor stellen; — met zijn leven voor iets instaan, zijn leven ervoor verpanden; — (gew.) er zal iets van instaan, er zal iets te koop zijn, er zal wat om te doen wezen, ’t zal er spannen.

2019-10-20

Instaan

Instaan - Men kan voor een ander instaan of zich voor dezen sterk maken, door te beloven, dat deze iets zal doen of zal nalaten. Handelt deze ander in strijd met het beloofde, zoo is hij, die voor hem heeft ingestaan, tot schadevergoeding verplicht (1352 B. W.).

2019-10-20

Instaan

zie Borgblijven.

2019-10-20

Instaan

Voor iemand of iets borg staan of zich garant stellen. → Borgtocht; Garantie.