Wat is de betekenis van inrichting?

2024-05-28
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-28
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

inrichting

inrichting - Zelfstandignaamwoord 1. instituut voor ontspoorden De ontspoorde jongere belandde in een penitentiaire inrichting. 2. de wijze waarop iets ingericht is, hoe dingen zijn neergezet in een ruimte, hoe ruimtes zijn verdeeld We hebben veel aandacht beste...

2024-05-28
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

inrichting

inrichting - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-rich-ting 1. de plek van de dingen ♢ we zijn bezig met de inrichting van het nieuwe huis 2. een tehuis voor mensen met psychische problemen ♢ zij...

2024-05-28
Basisboek integrale veiligheid begrippenlijst

Wouter Stol (2006)

Inrichting

Bedrijf waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt.

2024-05-28
Woordenboek van Eufemismen

Marc de Coster (2004)

inrichting

Neutrale benaming voor een gekkenhuis; krankzinnigengesticht. Dit laatste woord werd vaak verkort tot gesticht en was oorspronkelijk ook een eufemisme. Hij lijkt weliswaar op een man die in een inrichting thuishoort en zingt voor zalen met mensen die net uit die inrichting lijken ontsnapt... Gerrit Komrij: Horen, zien en zwijgen, 1977

2024-05-28
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

inrichting

(de) organisatie.

2024-05-28
Woordenboek Nederlandse termen van Bibliotheek en documentaire informatie

dr. P.J. van Swigchem en E.J. Slot (1990)

inrichting

zie: bibliotheekinrichting.

2024-05-28
Encyclopedie van het milieu

Oosthoek (1984)

inrichting

vrijwel elke door de mens ondernomen bedrijvigheid, die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht en daarbuiten gevaar, schade of hinder van ernstige aard kan veroorzaken. Indien onderdelen van eenzelfde onderneming of instelling onderling technische, organisatorische en functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijhei...

Wil je toegang tot alle 17 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-28
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

inrichting

Organisatie: het organiseren (van iets); ook: keer dat iets georganiseerd wordt. - Zie verder bij inrichten. Het feestmaal van het gemest kalf heeft een schitterend verloop. De nauwgezette notaris van Halle, die met de inrichting ervan werd belast, heeft de lijst van uitgenodigden onder de loep genomen, TEIRLINCK 1952, 2, 214. Onze vorige...