Wat is de betekenis van inpikken?

2020
2021-01-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

inpikken

kijk onder: pik* in, 't is winter. ..

Lees verder
2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

inpikken

inpikken - Werkwoord Woordherkomst samenstelling van in en pikken Synoniemen achteroverdrukken, afpakken, aftroggelen, bietsen, gappen, grissen, jatten, pikken, pakken, snaaien, verduisteren, toe-eigenen, veroveren

Lees verder
2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

inpikken

inpikken - regelmatig werkwoord uitspraak: in-pik-ken 1. stiekem nemen wat niet van jou is ♢ hij heeft mijn computer ingepikt 2. na een gevecht in bezit nemen ♢ uiteindelijk heeft hij dat land i...

Lees verder
2009
2021-01-16
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

inpikken

Een plaatsje in de groep innemen. Kijk ook onder ‘pik in’. Toen kwam Roger de Vlaeminck aanzetten. Zo hard, ik pik in, maar kon niet eens overnemen. (De Telegraaf, 08/04/2000)

Lees verder
1973
2021-01-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

inpikken

(pikte in heeft ingepikt), (overg.) 1. doen haken in, met een haak bevestigen: aan elke zijde van het roer is een talie ingepikt, om in geval van nood daarmee het schip nog te kunnen sturen; 2. (gemeenz.) hoe zullen wij dat —? inrichten, aanleggen; je kunt het nooit zo —, dat het naar ieders zin is; 3. (gemeenz.) hij pikt alles in, ne...

Lees verder
1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Inpikken

(pikte in, heeft ingepikt), 1. (zeew.) doen haken in, met een haak bevestigen: aan elke zijde van het roer is een talie ingepikt, om in geval van nood daarmee het schip nog te kunnen sturen ; 2. (gemeenz.) hoe zullen wij dat inpikken?, inlichten, aanleggen; je kunt het nooit zo inpikken, dat het naar ieders zin is ; 3. (gemee...

Lees verder
1898
2021-01-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Inpikken

INPIKKEN, (pikte in, heeft ingepikt), (zeew.) aanslaan (touwen): aan elke zijde van het roer is eene talie ingepikt, om in geval van nood daarmee het schip nog te kunnen sturen; — (gemeenz.) hoe zullen wij dat inpikken ? inrichten, aanleggen; ge kunt het nooit zoo inpikken, dat het naar ieders zin is; — (gemeenz.) hij pikt alles in, ne...

Lees verder