Wat is de betekenis van innemend?

2019
2021-09-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

innemend

innemend - Bijvoeglijk naamwoord 1. aardig, sympathiek Met een zeer innemende houding wint hij het vertrouwen van zijn klanten. 2. aantrekkelijk, behaaglijk, verleidelijk. Hij maakte op een innemende manier kennis met de bijbel. innemend...

Lees verder
1973
2021-09-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

innemend

bn. en bw. (-er, -st), (van personen, hun voorkomen, inborst, gedrag, manieren enz.) geschikt, in staat om iemand in te nemen, aantrekkelijk, bekoorlijk, hups: zij heeft een voorkomen, een — karakter; op innemende wijze.

1952
2021-09-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Innemend

adj., ynnimlik, ynnimmend, oannimlik, freonlik, gol.

1950
2021-09-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Innemend

bn. bw. (-er, -st), (van personen, hun voorkomen, inborst, gedrag, manieren enz.) geschikt, in staat om iem. in te nemen, aantrekkelijk, bekoorlijk, hups : zij heeft een innemend voorkomen, een innemend karakter; op innemende wijze.

1898
2021-09-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Innemend

INNEMEND, bn. bw. (-er, -st), (van personen, hun voorkomen, inborst, gedrag, manieren enz.) geschikt, in staat om iem. in te nemen, voorkomend, bevallig, beleefd : zij heeft een innemend voorkomen, een innemend karakter; op innemende wijze. INNEMENDHEID, v.

1898
2021-09-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Innemend

zie Aanminnig.