Wat is de betekenis van Innemen?

2020
2021-10-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

innemen

(1912) (euf.) stevig drinken. Huizinga vermeldt de uitdrukking 'goed van innemen zijn'. De term lijkt te suggereren dat het hier om een medicijn zou gaan. Drank wordt wel meermaals geassocieerd met gezondheid. Borrelnamen zoals hartversterking, maagwarmertje en oppeppertje wijzen hierop. Een 'innemer' is een vriendelijke aanduiding van een zuiplap,...

Lees verder
2019
2021-10-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

innemen

innemen - Werkwoord 1. (ov) binnengaan en in bezit nemen De stad werd na een fel gevecht ingenomen. 2. (ov) fig.: iemand voor zich winnen Hij werd volledig ingenomen door de ondeugende glimlach van zijn kleine dochtertje''. 3. (ov) uit c...

Lees verder
2018
2021-10-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

innemen

innemen - onregelmatig werkwoord uitspraak: in-ne-men 1. een plaats in beslag nemen ♢ die koelkast neemt te veel plaats in 1. een standpunt innemen [een standpunt hebben] ...

Lees verder
2010
2021-10-27
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

innemen

Het inslikken van geneesmiddelen.

2004
2021-10-27
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

innemen

Stevig drinken. Huizinga vermeldt de uitdrukking ‘goed van innemen zijn’. De term lijkt te suggereren dat het hier om een medicijn zou gaan. Drank wordt wel meermaals geassocieerd met gezondheid. Borrelnamen zoals hartversterking, maagwarmertje en oppeppertje wijzen hierop. Een ‘innemer’ is een vriendelijke aanduiding van een zuiplap (Van Riel), te...

Lees verder
1973
2021-10-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

innemen

(nam in, heeft ingenomen), (overg.) 1. de zeilen —, inkorten, of wel: bergen; door het innaaien van zomen of plooien nauwer maken: de rug van deze jas moet je eens wat —; 2. naar binnen brengen: neem het wasgoed in, want het regent; de vlag —; 3. aan boord nemen, inladen: het schip moet nog steenkolen —; water —; 4....

Lees verder
1952
2021-10-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Innemen

v., ynnimme; (beslaan), bislaen ynhawwe; (veroveren), bisette, ynkrije; (van een positie), bisette; iemands plaats —, foar immen ynspringe.

1950
2021-10-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Innemen

(nam in, heeft ingenomen), 1. (zeew.) een rif innemen, invouwen; — de zeilen innemen, inkorten, ofwel: bergen ; — (naaist.) door het innaaien van zomen of plooien nauwer maken: de rug van deze jas moet u eens wat innemen ; 2. naar binnen brengen: neem het (was)goed in, want het regent; de vlag inne...

Lees verder
1898
2021-10-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Innemen

INNEMEN, (nam in, heeft ingenomen), naar binnen nemen, opnemen en naar binnen brengen : neem het (wasch)goed in, want het regent; — in huis nemen : een reiziger innemen; niemand wilde hem innemen; — krijgsvolk innemen; de stad weigerde bezetting in te nemen, binnen hare muren te ontvangen; — laden : het schip moet nog steenkolen...

Lees verder
1898
2021-10-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Innemen

zie Bekoren, zie Bezetten.