Synoniemen van inkorten

2019-10-14

inkorten

Het aantal troeven in een hand door middel van introevers doen verminderen. ‘Inkorten’ (van zichzelf of van de dummy) kan een bewuste manoeuvre van de leider zijn, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een troefcoup. Zie ook: troefkort

2019-10-14

inkorten

inkorten - Werkwoord 1. Iets korter maken. Iets kleiner maken. Ik zou u aanraden de rok een ietsje te laten inkorten. Woordherkomst samenstelling van in en korten Verwante begrippen afkorten, bekorten, verkorten

2019-10-14

inkorten

inkorten - regelmatig werkwoord uitspraak: in-kor-ten 1. korter maken door iets van de lengte af te halen ♢ ik moest de broek drie centimeter inkorten 2. korter van tijd maken ♢ zijn straf is met drie maanden ingekort Regelmatig werkwoord: in-kor-ten ik kort in (... ik inkort)

2019-10-14

Inkorten

INKORTEN, (kortte in, heeft en is ingekort), door intrekken korter maken: een touw, de teugels inkorten; — gij moet uw verhaal wat inkorten, bekorten; (w. g.) eene schuld inkorten, allengs minder doen worden; — iemands straftijd inkorten, korter maken; iemands gezag inkorten, het kleiner maken; — (fig.) beteugelen, in bedwang houden : hij moet ingekort worden, hij moet korter gehouden worden; — korter worden : de dagen zijn heel wat ingekort. INKORTING, v. (-en).

2019-10-14

inkorten

inkorten - Een tekst bewerken tot een kortere, beknopte vorm, vaak door de minder belangrijke passages van het origineel weg te laten.