ingewand
ingewand - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-ge-wand 1. gedeelte dat het meest binnenin zit ♢ de grotten bevinden zich in de ingewanden van die berg 2. inwendig deel van het lichaam ♢ darmen e...
Muiswerk Educatief (2017)
ingewand - zelfstandig naamwoord uitspraak: in-ge-wand 1. gedeelte dat het meest binnenin zit ♢ de grotten bevinden zich in de ingewanden van die berg 2. inwendig deel van het lichaam ♢ darmen e...
Hans Heestermans (1977)
ingewand - mannelijk lid. Kussend zeeg mijn ingewand, Uyt mijn lichaem, in mijn hand. Dat ik drukte, Als gy bukte Achterwaert, op ’t uw'soo stijf Tot dat het weer kroop in mijn lijf, Amst. Sonne-schyn, C 2 V° [1639].
Van Dale Uitgevers (1950)
o. (-en), 1. (thans alleen mv.) de inwendige delen van het lichaam van mens en dier; inz. die van de buikholte, meer bepaald: de darmen; het in de ingewanden hebben, aan buikpijn lijden ; 2. (bijb.) buik, baarmoeder: van mijn moeders ingewandaan zijt Gij mijn uithelper (Ps. 71 : 6); 3. (fig.) binnenste (van de mens, van de aarde): ...
M. J. Koenen's (1937)
o. ingewanden (als collectief enkelv. of in het mv.: gezamenlijke inwendige organen van de romp bij mens of dier, inz. in de buik; darmen; fig. binnenste): in de ingewanden der aarde.
Jozef Verschueren (1930)
('in) o. (-en) meestal mv. 1. Eig. verteringsorganen inz. het gedarmte : in eigen wroeten, zichzelf nadeel toebrengen. 2. Metf. binnenste : het der aarde.
J.H. van Dale (1898)
INGEWAND, o. (-en), de inwendige deelen van het lichaam van mensch en dier; inz. die van de buikholte, meer bepaald : de darmen; het in de ingewanden hebben, aan buikpijn lijden; — (bijb.) buik, baarmoeder: van mijn moeders ingewand aan zijt Gij mijn uithelper; in iemands ingewand wroeten, zijn bestaan verwoesten; — (fig.) binnenste (v...
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: