2019-11-23

infaam

infaam - Bijvoeglijk naamwoord 1. eerloos, snood; schandelijk infaam - Bijwoord 1. bijwoord van graad Die plaatjes zijn infaam slecht getekend.

2019-11-23

Infaam

INFAAM, bn. (...famer, -st), eerloos, snood; schandelijk.

2019-11-23

infaam

infaam - bn. (infamer, infaamst), eerloos, snood; geschandvlekt

2019-11-23

infaam

infaam - eerloos, schandelijk; afschuwelijk, snood.

2019-11-23

infaam

eerloos, geschandvlekt, schandelijk.