2020-01-27

infaam

infaam - eerloos, schandelijk; afschuwelijk, snood.

2020-01-27

Infaam

INFAAM, bn. (...famer, -st), eerloos, snood; schandelijk.

2020-01-27

infaam

infaam - bn. (infamer, infaamst), eerloos, snood; geschandvlekt

2020-01-27

infaam

infaam - Bijvoeglijk naamwoord 1. eerloos, snood; schandelijk infaam - Bijwoord 1. bijwoord van graad Die plaatjes zijn infaam slecht getekend.

2020-01-27

infaam

eerloos, geschandvlekt, schandelijk.

2017-12-04

infaamst

infaamst - Bijvoeglijk naamwoord 1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van infaam

2017-10-31

vuig

vuig - Bijvoeglijk naamwoord 1. gemeen, infaam, laag, laaghartig, schunnig

2017-12-04

infamer

infamer - Bijvoeglijk naamwoord 1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van infaam

2017-12-04

infamere

infamere - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de vergrotende trap van infaam

2017-12-04

infaams

infaams - Bijvoeglijk naamwoord 1. paritief van de stellende trap van infaam Dat is iets infaams...

2017-12-04

infaamste

infaamste - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de overtreffende trap van infaam

2017-12-04

infame

infame - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de stellende trap van infaam

2017-12-04

infamers

infamers - Bijvoeglijk naamwoord 1. paritief van de vergrotende trap van infaam Dat is iets infamers...

2017-12-04

laag

laag - Zelfstandignaamwoord 1. iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft Deze laag bevat opvallend veel iridium, dankzij de meteorietinslag van 65 miljoen jaar geleden. 2. (sociologie) sociale klasse laag - Bijvoeglijk naamwoord 1. fysiek niet ver boven iets anders zijn 2. niet vergevorderd zijn in een rangorde of volgorde 3. (geluid) met een klein aantal trillingen per...

2020-01-08

Mefiboseth

Zoo heette een zoon van Saul, die opgeofferd werd aan de bloedwraak der Gibeonieten (2 Sam. 21:8 v.v.). Eenzelfden naam droeg ook Jonathans kreupele zoon, die Davids gastvriend werd (2 Sam. 9). De naam is een vervorming van Méfï-baai („mijn heer of man is Baal” 1 Kron. 9 : 40), dat eerst vervormd werd tot mènbbaal („bestrijder van Baal, zie 1 Kron. 8 : 34) en daarna tot mëfi-bósjet („verspreider [?] van schande, 2 Sam. 4 : 4e.e.).Lam geworde...