Wat is de betekenis van Imperatief?

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

imperatief

imperatief - Zelfstandignaamwoord 1. de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden imperatief - Bijvoeglijk naamwoord 1. gebiedend Synoniemen gebiedende wijs

2024-02-25
Nederlands Logopedisch Lexicon

L.J.M. Bogaert (2007)

Imperatief

(bn.), gebiedend, bevelend.

2024-02-25
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Imperatief

[v. Lat. imperare, -atum = bevelen, van in = in, en parare = gereed maken; VLat. imperativus] I zn gebiedende wijs; categorische -, zie categorisch; II bn gebiedend, dwingend.

2024-02-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Imperatief

gebiedend; gebod; gebiedende wijs (taalk.)

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers (2017)

Imperatief

Kant maakte onderscheid tussen categorische (of apodictische) en hypothetische imperatieven. De eerste zijn onconditioneel (‘doe A), de laatste laten de opdracht afhangen van een doel (‘als (of aangezien) je Ywilt, doe dan A). Hij hield zich alleen bezig met imperatieven (van beide soorten) die gelden voor ieder rationeel wezen. Kant erkende slecht...

2024-02-25
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Imperatief

gebiedende wijs, b.v.: ga weg.

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

imperatief

gebiedende wys (gram.); imperatiewe, bevelend, gebiedend, dringend.

2024-02-25
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Imperatief

bevelend ; gebiedende wijs; categorische imperatief: onvoorwaardelijk gebod van de zedewet ; imperatief mandaat : opdracht, waarvan niet mag worden afgeweken

2024-02-25
Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. (1954)

Imperatief

onvermijdelijk, dwingend of onder dwang plaats vindend, dominant.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Imperatief

[het accent wisselt; in bet. II meest op het 1ste lid] (<Lat.), I. bn. (...ver, -st), 1. gebiedend, gelastend, bevelend ; een imperatief mandaat, bindende opdracht aan een afgevaardigde om zus of zo te stemmen ; — (rechtst.) een imperatief voorschrift, waarvan niet kan worden afgeweken, ook niet met goedkeuring van alle parti...

2024-02-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Imperatief

(Lat. imperare, gebieden), gebiedende wijs; ook zedelijk gebod; z Categorische imperatief.

2024-02-25
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

imperatief

1 aj. gebiedend, dwingend; bindend; 2 m. gebiedende wijs v. d. werkwoorden; categorische –, m. onvoorwaardelijk plicht- of zedelijkheidsgebod (v.Kant).

2024-02-25
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Imperatief

(Latijn: imperativus) of gebiedende wijs van een werkwoord is die vorm, waardoor een bevel uitgesproken wordt. Het aantal personen dat de imperatief telt, is verschillend naar gelang van de taal in kwestie. Het Nederlands bezit een tweede persoon enkelvoud en meervoud, waarvan die voor het meervoud, buiten het miliraire commando „geeft...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

imperatief

van Lat. imperare = gebieden, 1. bn. (bevelend): een imperatief gebaar; imperatief mandaat, bindende opdracht aan een afgevaardigde, om op een bepaalde wijze te stemmen; 2. m. imperatieven (gebiedende wijs), (Lat.) imperativus, imperativi; (pe = pee).

2024-02-25
Vreemde woordenboek

S. van Praag (1937)

imperatief

gebiedend, dwingend; gebiedende wijs van de werkwoorden.

2024-02-25
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Imperatief

gebiedende wijs v/e werkwoord

2024-02-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Imperatief

(philos.), ➝ Categorische imperatief; (gramm.) ➝ Wijs.

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

imperatief

('imperatif) [Fr. < Lat. imperativus] 1. bn. en bw. (...tiever, -st) bevelend, gebiedend, gelastend : een gebaar. →: mandaat. 2. m. (...tieven) Taalk. gebiedende wijs.

2024-02-25
Polulaire Geneeskundige Encyclopaedie

Dr. Ch. Bles (1929)

Imperatief

onder onweerstaanbaren dwang.

2024-02-25
Wijsgeerige kunsttermen

Dr. C.J. Wijnaendts Francken (1925)

imperatief

Bevelend, zooals b.v. in Kant’s bekenden „kategorischen imperatief” of onvoorwaardelijk zedegebod, afgescheiden van elke nevenoverweging en onafhankelijk van alle gevolgen welke er uit kunnen voortvloeien.