Wat is de betekenis van Immigrant?

2020
2020-10-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

immigrant

inkomend landverhuizer. iemand die zich als buitenlander in een bepaald land komt vestigen; inkomend landverhuizer. Voorbeelden: De immigranten zijn verhoudingsgewijs sterk geconcentreerd in de vier grote steden. http://home.wanadoo.nl/nijhofflaan/media/ou_info/s03221.pdf

Lees verder
2020
2020-10-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

immigrant

immigrant - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die zich in een voor hem nieuw land vestigt of recentelijk heeft gevestigd, een inkomend landverhuizer Woordherkomst Via Frans immigrant (geattesteerd in 1787), Engels of Duits ontleend aan Latijns immigrans; in 1799 in het Nederlands als antoniem van emigrant gebruikt[http://res...

Lees verder
2016
2020-10-30
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Immigrant

Een immigrant is iemand die als buitenlander in een bepaald land komt te wonen. Die persoon is dan een inkomend landverhuizer. Een immigrant vestigt zich voor langere tijd in het land. Over het algemeen worden mensen die langer dan één jaar in het nieuwe land blijven, als immigrant beschouwd. Immigratie betekent ‘in-migratie’ in een land. Het tegen...

Lees verder
2004
2020-10-30
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

immigrant

Oorspronkelijk een sociaal-geografïsche term voor een inkomend landverhuizer, ongeacht van welke nationaliteit of ras. ‘Dat men hem blijft beschouwen... als den immigrant, die spreekt met een vreemd accent,’ schreef V. Doornik in ‘Gij zijt niet langer Pelgrims’ (1950). Na de jaren vijftig (van de twintigste eeuw) is ‘immigrant’ een meer generaliser...

Lees verder
1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

immigrant

immigrant - zelfstandig naamwoord uitspraak: im-mi-grant 1. iemand van buiten die in het land komt wonen ♢ deze immigrant heeft nog geen woning gevonden Zelfstandig naamwoord: im-mi-grant de immigrant ...

Lees verder
1948
2020-10-30
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

immigrant

m. intrekkend landverhuizer; kolonist.

1916
2020-10-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

immigrant

m. (-en), inkomend landverhuizer: ook wel gezegd van dieren en planten: de doodshoofdvlinder komt in Nederland sinds enige jaren voor als uit zuidelijker streken.

1914
2020-10-30
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

immigrant

immigrant - m., landverhuizer in een land.

1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Immigrant

IMMIGRANT, m. (-en), inkomend landverhuizer.