Wat is de betekenis van Ier?

2020
2021-06-13
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Ier

iemand uit Ierland. iemand die behoort tot het Ierse volk; iemand die afkomstig is uit Ierland; inwoner van hetzij de Ierse Republiek, hetzij Noord-Ierland. In het meervoud in toepassing op het volk en, meestal in het meervoud, ook in toepassing op vertegenwoordigers van een nationale sportploeg of andere groep. Voorbeelden: V...

Lees verder
1973
2021-06-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Ier

m. (-en), inwoner van Ierland; 2. Iers paard; 3. Ierse setter.

Lees verder
1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ier

m. (-en), 1. inboorling van Ierland; 2. een wilde ier, onstuimig, dartel kind ; — een wilde ier van een meid, een wild, ongegeneerd meisje.

Lees verder
1933
2021-06-13
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Ier

vocht, dat u/d mesthoop sijpelt.

1916
2021-06-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ier

Ier - (aalt of gier) is de vloeistof, welke op de mestvaalt uit de met strooisel vermengde uitwerpselen der landbouwhuisdieren sijpelt. Zoo wordt ook genoemd de urine, welke direct van uit den stal in een ierkelder wordt verzameld. I. is dus in hoofdzaak de vloeibare uitwerpselen van het vee. Ze ontleent hare waarde als meststof aan haar gehalte aa...

Lees verder
1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ier

IER, m. (-en), inboorling van Ierland; een wilde ier van eene meid, een wild, ongegeneerd meisje.