Wat is de betekenis van iemand?

2019
2022-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

iemand

iemand - Onbepaald voornaamwoord 1. een bepaald persoon Uitdrukkingen en gezegden ♦ Bij iemand in het krijt staan Een schuld bij iemand hebben ♦ De gek met iemand steken spotten met iemand ...

Lees verder
2018
2022-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

iemand

iemand - voornaamwoord uitspraak: ie-mand 1. als je niet weet over wie het precies gaat of als je dat niet wilt zeggen ♢ er heeft iemand voor je gebeld 1. is er behalve de directeur nog iemand anders aanwezig ...

Lees verder
1973
2022-01-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

iemand

onbep. vn., 1. de een of andere persoon, deze of gene: ik heb — gezien; is daar -?; — anders, een ander, niet dezelfde; 2. (met nadruk) een persoon, wie het ook zij: hij wilde niet dat het wist; 3. een persoon die nader aangeduid wordt door zo of door een bijzin met die: zo — ken ik niet; 4. een bep. persoon die men niet nader wi...

Lees verder
1952
2022-01-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Iemand

pron., immen, ien; -s (van de spreker uit gerekend), jins; is daar —? is der hwa?

1950
2022-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Iemand

onbep. vnw., 1. de een of andere persoon, deze of gene : ik heb iemand gezien; is daar iemand? ; iemand van ons ; — (Zuidn.) ge zult hem niet bedriegen', er is iemand thuis, hij is er veel te flink voor; — iemand anders, een ander, niet dezelfde ; iemand vreemds, een vreemde; 2. (met nadruk) enig...

Lees verder
1937
2022-01-24
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

iemand

onbep. vnw. (de een of andere persoon): daar is iemand voor u; iems. naam; een zeker iemand; inz. Z.-N. dat is iemand, een persoonlijkheid; Z.-N. er is iemand vreemds, een vreemdeling.

1898
2022-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Iemand

IEMAND, onbep vnw. de een of andere persoon, wie ook maar : ik heb iemand gezien; een zeker iemand, een zeker persoon; iemand anders, een ander; iemand vreemds, een vreemde; dat is me ook iemand, dat is er me ook een; — (Zuidn.) ge zult hem niet bedriegen, er is iemand thuis, hij is er veel te flink voor.

Lees verder