Iemand
onbep. vnw., 1. de een of andere persoon, deze of gene : ik heb iemand gezien; is daar iemand? ; iemand van ons ; — (Zuidn.) ge zult hem niet bedriegen', er is iemand thuis, hij is er veel te flink voor; — iemand anders, een ander, niet dezelfde ; iemand vreemds, een vreemde; 2. (met nadruk) enig...