Wat is de betekenis van huizenhoog?

2019
2021-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

huizenhoog

huizenhoog - Bijvoeglijk naamwoord 1. heel erg groot LAKSE BUI? Leidt tot huizenhoge stapels. De belspelletjes leverden de loterij goud geld op. Maar Herman kijkt evenwel met gemengde gevoelens terug op de Callfactory: 'Er was altijd strijd.' De KPN pikte 45...

Lees verder
1950
2021-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Huizenhoog

bn. bw., zo hoog als huizen, zeer hoog : huizenhoge golven ; huizenhoog tegen iem. opzien.