Huis
o. (huizen), 1. bouwwerk of bouwsel dat tot woning voor mensen dient of geschikt is: een groot, een klein huis; een oud huis; een vochtig huis; een houten, een stenen huis; een huis van drie verdiepingen; een huis als een kasteel, een paleis, zeer groot en weelderig; zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, de beoefening...