Wat is de betekenis van Huis?

2025-12-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Huis

o. (huizen), 1. bouwwerk of bouwsel dat tot woning voor mensen dient of geschikt is: een groot, een klein huis; een oud huis; een vochtig huis; een houten, een stenen huis; een huis van drie verdiepingen; een huis als een kasteel, een paleis, zeer groot en weelderig; zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, de beoefening...

2025-12-11
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

huis

Het begrip huis heeft 12 verschillende betekenissen: 1) woning. gebouw ontworpen als woonruimte voor iemand, een gezin of een familie; woning. 2) woonruimte van iemand. woongelegenheid gezien als de plaats waar iemand, een gezin of een familie pleegt te verblijven; woonruimte van iemand. 3) gebouw van een openbare instelling....

2025-12-11
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Huis

Zie Huso

2025-12-11
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

huis

huis - Zelfstandignaamwoord 1. een gebouw bestemd om in te wonen Zij wonen in een groot huis. 2. een geslacht, verwijzing naar iemands afkomst Die mensen zijn alle afstammeling van het huis de Vries. 3. een dynastie, koninklijk geslacht ...

2025-12-11
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Huis

Huis des Heren, tabernakel en tempel; kerk, kerkgebouw. In de bijbel geldt Huis des Heren (ook wel Huis Gods) als een van de benamingen voor de tabernakel en tempel, de aan God gewijde plaats waar de heilige voorwerpen bewaard werden, waar God vereerd werd en waar men aan hem offerde. Zie bijvoorbeeld over de tempelbouw in 1 Koningen 7:48: ‘Ook maa...

2025-12-11
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

huis

huis - zelfstandig naamwoord 1. gebouw dat bedoeld is om in te wonen ♢ wij wonen in een oud huis 1. huis van bewaring [gevangenis] 2. het koninklijk huis ...

2025-12-11
Jargon & Slang van Wielrenners

Marc De Coster (2017)

Huis

Huis - 'een tegenstander naar huis rijden': volledig verslaan.

2025-12-11
Nieuwe encyclopedie van Fryslân

Meindert Schroor PhH (2016)

Huis

Bouwsel van een zekere grootte dat in de eerste plaats voor menselijke bewoning is opgericht. Afhankelijk van het bouwmateriaal, de functie, het aanzien e.d. werden diverse aanduidingen gebruikt. Het eerste type stenen huis (een verdedigbare woontoren) staat bekend als stins; een door boeren bewoond huis was een boerenhuis enz. Naar de vorm ondersc...

2025-12-11
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

huis

1. benedenwoning: ‘Waar woon jullie?’ ‘In de slurrif juffrouw.’ ‘Slurf?’ ‘In de Waaie gang op de Willemstraat, feirtien, in ’t huis’, SMIS1 142. Daar was (in het huis) geen éénhoog en geen tweehoog en geen driehoog. Daar was eigenlijk alleen maar het ‘huisie beneden’, B...

2025-12-11
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

huis

Daar komt niets van in huis (terecht).

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-11
Lexicon van het Koninklijk Huis

F.J.J. Tebbe (2005)

Huis

In de genealogie een andere benaming voor ‘geslacht’. De term wordt vooral gebezigd voor vorstelijke en andere aanzienlijke geslachten. Het Nederlandse Koninklijk Huis wordt wel aangeduid als het Huis Nassau, het Huis van Oranje (of Oranjehuis) en het Huis Oranje-Nassau. Van Oranje-Nassau is de correcte geslachtsnaam van de leden van he...