Wat is de betekenis van Huilen?

2020
2020-10-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

huilen

huilen - Werkwoord 1. (inerg) traanvocht uitscheiden door emotie 2. (inerg) (dierengeluid) het geroep van wolven Synoniemen wenen, krijten, schreien Verwante begrippen snikken

Lees verder
2003
2020-10-30
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Huilen

Huilen is goed voor de tongetjes. Gelukkig maar dat baby's kunnen huilen. Daardoor kunnen ze direct na hun geboorte al laten merken wat ze willen en wat ze nodig hebben. Huilen is een overlevingsmechanisme dat een mens bij zijn geboorte heeft meegekregen. Huilen zorgt ervoor dat de omgeving de baby niet vergeet en naar hem toe gaat om te zien of hi...

Lees verder
1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

huilen

huilen - regelmatig werkwoord uitspraak: hui-len 1. tranen laten vloeien ♢ hij huilde van vreugde 1. je rapport is om te huilen [erg slecht] Regelmatig werkwoord: hui-len...

Lees verder
1981
2020-10-30
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Huilen

vermeerderde traamd schei ding ten gevolge van psychische opwinding; kan verhevigd worden tot huilkramp. Wordt meestal teweeg gebracht door verdriet, maar ook wel door vreugde. Huildwang heeft niets te maken met gemoedstoestanden; bij hersenbeschadiging door artériosclérose of multiple sclerose kan de patiënt zonder enige aanleid...

Lees verder
1939
2020-10-30
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Huilen

De enige taal die iedereen vloeiend kent.

1916
2020-10-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

huilen

(huilde, heeft gehuild), 1. (van dieren) een hoog en schel, klagend, onaangenaam geluid laten horen: wat ligt die hond te —; met de wolven in het bos, tegen eigen mening in meedoen met anderen; 2. schel gieren of loeien: de wind huilt; 3. luid en klagend uiting geven aan smart, angst of woede: hij huilde van de pijn; in zwakkere opvatting:...

Lees verder
1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Huilen

HUILEN, (huilde, heeft gehuild), een hoog en hol, klagend, onaangenaam geluid doen hooren: wat ligt die hond te huilen; huilen met de wolven (of honden), waarmede men in het bosch is, met verloochening van eigen meening meedoen met hen m wier gezelschap men is; de wind huilt; — (ook) met eene luide en klagende stem weenen: hij huilde van de p...

Lees verder
1898
2020-10-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Huilen

zie Bulderen, zie Grijnen.