Wat is de betekenis van huidig?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Huidig

bn., van heden: de huidige dag, vandaag; ten huidigen dage, thans; tot de huidige dag toe, tot nu toe ; — (uitbr.) van deze, onze tijd: het huidige geslacht, de mensen van nu.