Wat is de betekenis van huid?

2019
2022-05-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

huid

huid - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt 2. (materiaalkunde) afgestroopt vel om bont of leer van te maken 3. (scheepvaart) de buitenbekleding van een schip Uitdrukkingen en gezegden ♦ Men moet de huid van de beer niet verkopen voor hij geschot...

Lees verder
2018
2022-05-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

huid

huid - zelfstandig naamwoord 1. buitenste laag van mensen en dieren ♢ mijn huid is verbrand door de zon 1. hem op de huid zitten [hem onder druk zetten] 2. een dikke huid hebben...

Lees verder
2010
2022-05-23
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

huid

Weefsel dat het lichaam aan de buitenkant bedekt. De huid is het grootste orgaan van het lichaam. De bovenste laag van de opperhuid, de buitenkant van de huid, bestaat uit dode cellen. Mensen stoten per minuut gemiddeld zo’n 30.000 van deze cellen af in de vorm van schilfers (soms op het hoofd zichtbaar als roos). Bij mensen met psoriasis gaat dit...

Lees verder
2002
2022-05-23
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

huid

Huid is: 1) de buitenkant of het oppervlak van een beeld (2); zie ook factuur en textuur; 2) de oxidatielaag (zie oxideren) bij metalen (zie metaal (1)), bijv. roest bij ijzer; zie ook metaaloxide.

1990
2022-05-23
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

huid

huid - Verwijst naar het omhulsel van kleine dieren zoals schapen, kalveren of geiten wanneer het is losgemaakt van het lichaam, met of zonder haar, vers, gedroogd, gelooid of geprepareerd. Gebruik 'dierenhuid' voor het omhulsel van grote dieren. Gebruik 'leer' voor gelooide huid. Gebruik 'perkament' of 'velijn�...

Lees verder
1981
2022-05-23
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Huid

buitenste en bedekkende laag van het menselijk en dierlijk lichaam. Haar functie is bescherming tegen uitdroging en mechanisch geweld, temperatuurregulatie en zintuigorgaan. Bij de mens bestaat zij uit de stevige lederhuid, die op het onderhuidsbindweefsel rust, en uit de opperhuid. In de lederhuid liggen talgklieren, zweetklieren en de haarwortels...

Lees verder
1981
2022-05-23
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Huid

belangrijk orgaan, dat juist in de natuurgeneeskunde voor veel genezingsprocessen een uiterst belangrijke rol speelt. Bestaat uit 3 lagen: de opperhuid (epidermis), die van onder af steeds nieuwe cellen vormt, die aan de bovenkant verhoornen en langzamerhand door afschilferen afgestoten worden; de lederhuid, die bestaat uit een dicht net van bindwe...

Lees verder
1974
2022-05-23
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

huid

één of meerlagig dekweefsel voor bescherming van de onderliggende organen tegen beschadiging, uitdroging, zonlicht en binnendringende bacteriën; bovendien, uitscheidingsorgaan (zweet); regeling van warmteafgifte; waarneming (koude, warmte, pijn); tastorgaan. Bij planten epidermis of opperhuid genoemd, dikwijls met cuticula.

1973
2022-05-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

huid

v./m. (-en), 1. (ook: vel), de buitenste bekleding van het menselijk en dierlijk lichaam (e): een zachte, een gevoelige, een blanke, een naakte —; tot op de nat worden, door en door nat; (zegsw.) hij heeft een harde of een dikke —, hij is ongevoelig, hij laat zich de grofste beledigingen toevoegen; in iemands steken, in zijn plaats, zij...

Lees verder
1971
2022-05-23
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Huid

Huid - doorgaans de buitenste afsluiting van een scheepsromp. De huid heeft als functies: het buitenhouden van het water, het opnemen van de waterdruk en het weerstand bieden tegen statische en dynamische belastingen; tevens is het een belangrijk langsverband. De huid kan bestaan uit: dierenhuiden, zeildoek, vlechtwerk, boomschors, rubber, hout, ij...

Lees verder
1954
2022-05-23
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Huid

cutis, derma, de bedekking van de gehele buitenkant van het lichaam, van de lippen en de schede; is opgebouwd uit een groot aantal lagen, welke men weer samenvat in twee hoofdlagen: de opperhuid (epidermis) en de lederhuid (corium).

1954
2022-05-23
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Huid

1. (dierk.) Een voor het leven zeer belangrijk orgaan, dat het gehele lichaam van buiten bekleedt. Zij bestaat uit 3 lagen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuidse bindweefsel (z. Histologie). de h. is door het onderhuidse bindweefsel verbonden met de huidspier, die over het gehele lichaam voorkomt en de huidbeweging mogelijk maakt. De opperh...

Lees verder
1952
2022-05-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Huid

s., hûd, fel (it); — die van wol of haar ontdaan is, bleat (it), bloat (it); id. v. e. schaap, skieppebleat (it), -bloat (it); meten haar, mei hûd en hier, mei ham en gram, mei hom en grom; iem. op zijngeven, immen op ’e ribben, op ’e hûd, op ...

Lees verder
1950
2022-05-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Huid

v. (-en), 1. het natuurlijke bekleedsel van het menselijk en dierlijk lichaam, dat bovendien verschillende physiologisch belangrijke functies heeft, vel: een zachte, een ruwe, een gevoelige, een blanke, een donkere, een behaarde, een naakte huid; tot op de huid nat worden, door en door nat; — hij heeft een harde (of dikke) h...

Lees verder
1949
2022-05-23
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Huid

uitwendige bekleding van het lichaam, beschermt tegen mechanische, chemische en temperatuursinvloeden; regelt grotendeels lichaamstemp. Bestaat uit: 1. opperhuid ; deze verhoornt en schilfert af; onder regelmatige druk vormt zij eelt*', haren en nagels zijn vormingen der opperhuid; zweetklieren zijn instulpingen in de lederhuid; 2. lederhuid&#...

Lees verder
1939
2022-05-23
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Huid

Oppervlakte, waarop men zijn liefde en haat noteert.

1937
2022-05-23
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

huid

v. -en; 1. ontl. natuurlijk bekleedsel van het menselijk of dierlijk lichaam; vel: de slangen veranderen van huid; zegsw. een dikke (of: harde) huid hebben, ongevoelig zijn voor beledigingen of vernederingen; iem. de huid vol schelden; hij steekt in een slechte huid, is ziekelijk; de huid afstropen, a) villen, b) afzetten; met huid en haar opeten,...

Lees verder
1933
2022-05-23
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Huid

het geheele lichaam bedekkend orgaan, dat de temperatuur er uitscheiding regelt, zetel v/d tastzin, haren, nagel," en talrijke klieren. Bij de mensch onderscheiden in opperhuid (epidermis) en lederhuid (corium). De eerste bestaat uit buitenste hoornlaag (dunne V. hoornplaatjes, voortdur. afschilferend, naarmate zich daaronder nieuwe vormen) en...

Lees verder
1928
2022-05-23
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Huid

Huid is de naam voor de natuurlijke bekleding van het oppervlak van het dierlijk — en dus ook van het menselijk — lichaam en ook van het oppervlak der inwendige organen en holten. Gewoonlijk bedoelt men met het woord huid uitsluitend het uiterlijk omhulsel, terwijl men dat der inwendige organen en holten vlies noemt, b.v. darmvlies, bui...

Lees verder
1916
2022-05-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Huid

Huid - een in de vlakte uitgebreid, zeer samengesteld gebouwd orgaan, dat de lichaamsoppervlakte bedekt en waaruit enkele organen, haren, nagels en klieren ontstaan. De h. bestaat uit twee deelen, de opperhuid of epidermis en de lederhuid of corium. De beteekenis van de h. ligt daarin, dat zij is een beschuttingsorgaan, een orgaan waarin voedsel ka...

Lees verder