housen
(1986) (< Eng. house + n) (jeugd) op housemuziek dansen. • De jongens die ik spreek ondergaan een houseparty helemaal nuchter en zeggen dat het “housen” (het dansen) op zich al een geweldig blij gevoel geeft. (Saskia Noort: Aan de goede kant van de 30. 2003) • Mag zij “housen” met haar tienerkinderen, een opdra...