Wat is de betekenis van horlogekast?

2022
2022-12-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

horlogekast

(1974) (Gent, scheldw.) groot, mager vrouwspersoon. • (L. Lievevrouw-Coopman: Gents Woordenboek. 1974)

Lees verder
2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

horlogekast

horlogekast - Zelfstandignaamwoord 1. een metalen doosje waarin een uurwerk zit Het horlogekastje had een glazen deksel. Woordherkomst samenstelling van horloge en kast

Lees verder
1990
2022-12-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

horlogekast

horlogekast - De kasten of buitenste omhulsels voor de uurwerken van horloges.

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

horlogekast

v./m. (-en), het metalen of van andere stof gemaakte omkleedsel van een horloge.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Horlogekast

v. (-en), het zilveren, gouden of nikkelen omkleedsel van een horloge; — (Zuidn.) houten omhulsel van een staand horloge.

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

horlogekast

(hor'lo:zi9) v. (en) vaste of losse kast van een zakhorloge.