Wat is de betekenis van horen?

2024-04-23
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

horen

horen - Werkwoord 1. (ov) waarnemen met het oor zonder er noodzakelijkerwijs aandacht aan te besteden 2. absoluut thuishoren, behoren horen - Zelfstandignaamwoord 1. hoorn horen - Zelfstandignaamwoord 1. het gehoor, het in staat zijn om te kunnen horen Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands...

2024-04-23
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

horen

horen - regelmatig werkwoord uitspraak: ho-ren 1. het met je oren waarnemen ♢ ik hoor dat er iemand aan komt lopen 1. laat eens van je horen! [stuur eens een bericht] ...

2024-04-23
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

horen

Uit het bieden waarnemen. In uitdrukkingen als: ‘horen dat het spel scheef zit’. De term is ondanks de opkomst van bidding boxes, waarmee zwijgend wordt geboden, gangbaar gebleven. Zie ook: luisteren naar het biedverloop

2024-04-23
Van Alexander tot Zeus Lexicon

Eric Moormann en Wilfried Uitterhoeve (2007)

Horen

De Horen (Horai of Kairoi, Lat. horae of tempora anni) zijn de dochters van Zeus en Themis. Ze dragen bij Hesiodos de namen Eunomia (ordening), Dike (gerechtigheid) en Eirene (vrede), in Attika worden ze Auxo, Karpo en Thallo genoemd. ‘Hora’ betekent in oorsprong ‘uur’, maar eigenlijk verzinnebeelden zij drieën de cyclus van het jaar, die aanvankel...

2024-04-23
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

horen

(wkw.) - iemand/iets niet kunnen horen/zien, iemand niet kunnen luchten horen (de, -s) - ergens horens van krijgen, ergens horendol van worden, je geduld ergens bij verliezen. Het ergste zijn trouwfeesten. Ik verwed er een jaarloon op dat binnen de vijf minuten na mijn aankomst de deejay de Plopdans heeft opgezet en door zijn micr...

2024-04-23
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Horen

[Lat. Horae, Gr. Hoorai] (myth.) godinnen van de regelmatig terugkerende seizoenen.

2024-04-23
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Horen

in de Griekse mythologie de drie godinnen der vruchtbare jaargetijden, horens. Bij herkauwers, b.v. bij het rund, zitten zij als holle bekleding op beenkegels. Zij worden in tegenstelling tot het gewei niet afgeworpen; zie ook hoorn.

2024-04-23
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

horen

In de uitdr. iem. (iets) niet kunnen horen of zien (ruiken, rieken), niet kunnen luchten of zien, niet kunnen uitstaan. Leentje, die ze nooit had kunnen horen of ruiken, zoals ze niets kon horen of ruiken dat mooier en jonger was dan zij, BOON 1961, 171.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-23
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Horen

v., hear(r)e; (vernemen), fornimme; verkeerd —, jin forhearre; zich laten —, azem jaen, lonte jaen, lûd jaen ût ’e hoeke komme; iets opzettelijk niet —, earne oerhinne harkje; er niets van willen —, der gjin praet fan hearre meije; het laat zich &mdash...