Hopeloos
bn. bw., 1. geen hoop hebbende, vertwijfelende aan de vervulling van wensen of verwachtingen ; — uiting gevend aan deze stemming: hopeloze blikken, gebaren; 2. geen uitzicht op een goed einde, een gunstige afloop gevende of latende: de ’ toestand van de zieke is hopeloos ; een hopeloze poging; — geen uitzicht gevend...