Wat is de betekenis van Hoon?

2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoon

hoon - Zelfstandignaamwoord 1. honende uitlating hoon tegen juist die anderen. hoon - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van honen ♢ Ik hoon 2. gebiedende wijs van honen hoon! 3...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hoon

s., hún.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Hoon

m., 1. smadelijke, voor iemands waardigheid of eer grievende bejegening met woord of daad: een hoon die niet ongewroken kan blijven; iem. hoon aandoen; smaad en hoon; spot die tot hoon wordt; God ten hoon ; 2. (volg. N.-I. recht) laster waardoor iem. aan de algemene verachting wordt blootgesteld.

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hoon

m.; smadelijke bejegening, smaad, grievende belediging: spot en hoon.

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoon

HOON, m. smadelijke bejegening met woord of daad; laster waardoor iem. aan de algemeene verachting wordt blootgesteld.

1573
2022-07-02
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Hoon

1. vetus. Fraus, fallacia: & Probrum, dedecus, infamia. & Indignatio. & Iniuria. & Ira. 2. vet. Fauor, gratia, suffragium.

Lees verder