Wat is de betekenis van hoogst?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoogst

hoogst - Bijvoeglijk naamwoord 1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van hoog

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hoogst

hoogst - zelfstandig naamwoord 1. de grootste hoeveelheid die toegestaan is ♢ ik kan ten hoogste een uur blijven 1. op z'n hoogst [hooguit, maximaal] Zelfstandig naamwoord: hoogst ...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

hoogst

I. bw., ten zeerste, uitermate: hij was — verbaasd; II. zn. o., 1. wat het meest omhoog ligt of is; het hoogst(e) van de dag, het middaguur; 2. het verhevenste, edelste: het hoogste dat hij zich kon indenken; 3. het uiterste, meeste: dat is het hoogste wat ik beloven kan; (germ.) de hoogste tijd, de uiterste tijd; op zijn -, op het hoogst...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hoogst

I. bw., ten zeerste, uitermate: dat is hoogst onbeleefd; hij was hoogst verbaasd; II. zn. o., 1. wat het meest omhoog ligt of is : op het hoogst van de toren; het hoogst(e) van de dag, de middagtijd; 2. het verhevenste, edelste : het hoogste waarvoor ons hart blaakt ; 3. het uiterste, meeste : dat is het hoogste wat. ik b...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoogst

HOOGST, bw. zeer, uitermate; zie HOOG.