Wat is de betekenis van hofmeester?

2020
2021-09-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

hofmeester

Het begrip hofmeester heeft 4 verschillende betekenissen: 1) hoge hoffunctionaris. man die aan het hof van een vorst o.a. belast is met het oppertoezicht over de hofhouding en met de leiding van plechtigheden en feesten; opperceremoniemeester; hoge hoffunctionaris. 2) personeelschef van een restaurant. man die aan het hoofd staat van...

Lees verder
2019
2021-09-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hofmeester

hofmeester - Zelfstandignaamwoord 1. (scheepvaart) iemand aan boord die verantwoordelijk is voor de voeding van de bemanning Woordherkomst samenstelling van hof en meester

Lees verder
2018
2021-09-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hofmeester

hofmeester - zelfstandig naamwoord uitspraak: hof-mees-ter 1. belangrijkste ceremoniemeester aan het hof van een koning ♢ de hofmeester had de leiding bij zo'n ontvangst 2. persoon belast met de zorg voor maaltijden en het buffe...

Lees verder
1973
2021-09-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

hofmeester

m. (-s), 1. (hist.) intendant, opperceremoniemeester aan het hof van een vorst; voornaamste huisbediende bij een groot heer; GrootHofmeester, een van de grootofficieren bij de vrijmetselaars; 2. (op Ned. koopvaardijschepen) onderofficier van de →civiele dienst belast met de bediening van passagiers, officieren en onderofficieren, alsmede de v...

Lees verder
1950
2021-09-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hofmeester

m. (-s), 1. (hist.) intendant, opperceremoniemeester aan het hof van een vorst; — voornaamste huisbediende bij een groot heer : — Groot Hofmeester, een der grootofficieren bij de vrijmetselaars; 2. (op passagiersboten) persoon belast met de zorg voor de maaltijden en de bediening van het buffet, steward; (bij de marine) persoon...

Lees verder
1933
2021-09-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Hofmeester

vroeger: oppereeremomemeester a/e vorstelijk hof; thans i/h bijz. o/e boot persoon, belast m/h logies e/d maaltijden.

1898
2021-09-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hofmeester

HOFMEESTER, m. (-s), (hist.) intendant, opperceremoniemeester aan het hof van een vorst; hofmeier; — Groot-Hofmeester, een der groot-officieren bij de Vrijmetselaars; — (op stoombooten) persoon belast met de zorg voor de maaltijden en de bediening van het buffet; ...MEESTERES, v. (-sen).

Lees verder