Wat is de betekenis van hoede?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoede

hoede - Zelfstandignaamwoord 1. waakzaamheid 2. bewaking, bescherming, bewaring, zorg hoede - Werkwoord 1. aanvoegende wijs van hoeden Woordherkomst van het Middelnederlandse woord hoede; Naamwoord van handeling van hoeden Verwante begrippen bewaking, waakzaamheid, toezicht, voorzorg

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hoede

hoede - zelfstandig naamwoord uitspraak: hoe-de 1. erop letten om te kijken of het goed gaat ♢ God neme u onder Zijn hoede Zelfstandig naamwoord: hoe-de de hoede Synoniemen bewaking, toezicht

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

hoede

v./m., 1. bewaking; 2. bewaring, bescherming: God neme u onder zijn —; zorg: ik vertrouw haar aan uw — toe; 3. waakzaam-, behoedzaamheid: wees op uw —, neem u in acht, houd een oog in het zeil.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hoede

v., 1. bewaking; 2. bewaring, bescherming : God neme u onder Zijn hoede ; — zorg: ik vertrouw haar aan uw hoede toe; 3. waakzaam-, behoedzaamheid : wees op uw hoede, neem u in acht, houd een oog in ’t zeil.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoede

HOEDE, v. bewaking, bewaring, beschermer: God neme u onder Zijne hoede; — zorg: ik vertrouw haar aan uwe hoede toe; — voorzorg, behoedzaamheid: wees op uw hoede, neem u in acht, houd een oog in ’t zeil.

Lees verder
1898
2021-01-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Hoede

zie Bescherming.