Wat is de betekenis van Ho?

2022
2023-02-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

ho

1) (1965) (inf.) afkorting van homoseksueel. • En als het een fijne vent is, dan denk ik dat hij een fijne ho-vent blijft... (Andreas Burnier: Een tevreden lach. 1965) • ... maar kijken we naar het amusementstoneel dan zien we de he’s -tot dolle pret van de zaal- de ho’s persifleren. (Albert Mol: “Zo” zijn. 1984)...

Lees verder
2019
2023-02-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ho

ho! - Tussenwerpsel 1. een uitroep die iets tot staan wil brengen. "Ho!" riep hij luid, toen hij zag dat de kinderen het pas ingezaaide grasveld over wilden steken. Zie ook hồ, hó

Lees verder
2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ho

ho - tussenwerpsel 1. uitroep om iemand te laten stoppen ♢ ho, niet verder rijden! 1. zeg maar ho als ik moet stoppen [als je aan het schenken bent] 2. roep nog maar geen ho...

Lees verder
2017
2023-02-07
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Ho

Ho - internationale kreet bij het stayeren. Betekent: gangmaker, neem gas terug.

2009
2023-02-07
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

ho

Internationale kreet bij het stayeren. Betekent: gangmaker, neem gas terug.

2004
2023-02-07
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

ho

Verkorting van homoseksueel. Niet alleen gebruikt als zelfstandig naamwoord, maar ook als voorvoegsel. Zo heeft men het in contactadvertenties vaak over een he- of een ho-vriend. Door het woord te verkorten valt de klemtoon op het seksuele weg. Staat tegenover he*. En als het een fijne vent is, dan denk ik dat hij een fijne ho-vent blijft... An...

Lees verder
1999
2023-02-07
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Ho

Ho - informele afkorting van homoseksueel. De term werd al gebruikt in de jaren zestig en is onder meer terug te vinden in het werk van Andre- as Burnier, maar werd toen nog beschouwd als slang. Pas in de jaren tachtig raakte het woord meer ingeburgerd. In talrijke samenstellingen, zoals ho-kringen. In het uitgaanscentrum van de stad had een aantal...

Lees verder
1991
2023-02-07
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Ho

Ho - verkorting van homo, staat tegenover he van hetero en is van toepassing op beide seksen; ook gebruikt als voorvoegsel. ...als het een fijne vent is, dan denk ik dat hij een fijne ho-vent blijft (...), terwijl zijn broer van z’n leven geen fijne he-vent zal worden. (Burnier, 1965). In het uitgaanscentrum van de stad had een aantal politie...

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ho

tw., 1. uitroep om iemand te laten ophouden, om een paard te laten stilstaan enz.: zeg maar —, als ik moet uitscheiden (met schenken enz.); roep nog maar geen —!, wees niet voorbarig; (spr.) men moet geen roepen, vóór men over de brug is; 2. uiting van schampere terechtwijziging: —! hij zal je wel anders leren; gebr...

Lees verder
1970
2023-02-07
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Ho

(Chin.), eivormige bronzen kan op drie of vier polen en voorzien van een deksel, een zijhandvat en een tuit. De kan diende om wijn of water te verwarmen en was in gebruik gedurende de Shang- en Chou-periode. Hobbelschenen, gebogen onderregels van een schommelstoel, waardoor de schommelbeweging mogelijk wordt.

Lees verder
1955
2023-02-07
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Ho

in Chinese eigennamen betekent water (weg)

1954
2023-02-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Ho

is het chem. symbool voor holmium.

1952
2023-02-07
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Ho

hé!, ho!, ha!

1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ho

tw., 1. uitroep om iem. te doen ophouden, om een paard te doen stilstaan enz.: zeg maar „ho”, als ik moet uitscheiden (met schenken enz.); de voerman riep „ho”!, en het paard hield stil; — roep nog maar geen hof, wees niet voorbarig; — ook om tot matiging aan te manen: ho, ho! hier overdrijf je; &md...

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ho

I. tw.; 1. voermansroep om het paard stil te doen houden; roep om iem. met iets te doen ophouden: ho, paardje, ho! ’t is (of: was) ho maar, er komt (of: kwam) niets van; 2. uitroep tot matiging: Hoo-o-o-oh, jagertje, de lijn kan wel stuk; ho wat! 3. uiting van (schampere) terechtwijzing: ho, hij weet met jou geen raad, wacht eens, hei wat; ho...

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

ho

[klnb.] I. tw. 1. voermansroep om het paard te doen stilstaan: -, paardje! 2. roep om iemand te doen ophouden: zal je roepen, als ’t genoeg is? roep nog maar geen -, wees niet voorbarig, overmoedig; 't is of was maar! er komt (kwam) niets van in, het vindt (vond) geen gehoor. 3. uitroep van matiging: wat of een beetje niet zo gauw, maatj...

Lees verder
1916
2023-02-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ho

Ho - 1) Chineesche inhoudsmaat = ½ tsji = ± 51,78 Liter (in 1908 ingevoerd). 2) symbool voor het scheikundig element Holmium.

Lees verder
1906
2023-02-07
wink

Wink's vreemde woordenboek

Ho

in Chin. eigennaam beteekent: waterweg.

1898
2023-02-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ho

HO, tw. uitroep om iem. te doen ophouden, om een paard te doen stilstaan enz.: zeg maar „ho”, als ik moet uitscheiden (met schenken enz.); de voerman riep „ho!”, en het paard hield stil; ho, ho! hier overdrijf je; — men moet geen ho! roepen, vóór men over de brug is; (ook) om de aandacht te trekken: ho, d...

Lees verder
1869
2023-02-07
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Ho

of Heng, d. i. Zuil des hemels, berg in China, in de prov. An-Hoei, departement Liu-tsjeeoe, is een der 4 zoogenaamde heilige bergen der Chineezen.

Lees verder