Synoniemen van Hip

2019-09-23

Hip

Hip - bezoeker van een bordeel, klant van een hoer. Vgl. hengst. Ook als hippen = drentelen rond bordelen. Hip wordt ook gebruikt om een prostituée mee aan te duiden. Wellicht moet hier gedacht worden aan de op- en neergaande, hippende beweging. Dat zijn de gewiekste en chroniese hippen en die kon die ouwe temeie niet met een klein rukkie aan de lul tevreden stellen. . . - Haring Arie, De sarkast (1989) ​

Lees verder
2019-09-23

hip

hip - bijvoeglijk naamwoord 1. opvallend of modern (jaren 70) ♢ wat heb je een hip jasje aan! Bijvoeglijk naamwoord: hip ... is hipper dan ... het hipst de/het hippe ... iets hips Synoniemen blits Tegenstellingen antiek, ouderwets

Lees verder
2019-09-23

hip

(1) In de zin van prostituee vermoedelijk sedert het begin van de twintigste eeuw. Koster Henke (1906) vermeldt het woord niet alleen in de zin van ‘avontuurtje’ maar vermeldt daarnaast: ‘snol. Dat niese loopt op een hip. Ze kan hippies bij de vleet krijgen’, maar de voorbeeldzin verwijst eerder naar een (later ontwikkelde) tweede betekenis: (2) Klant van een hoer. Een vulgairder Bargoens synoniem is hengst. In het Amerikaanse prostitutie jargon spreekt men over een ‘trick’. Franse h...

Lees verder
2019-09-23

hip

hip - Bijvoeglijk naamwoord 1. modieus hip - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hippen ♢ Ik hip 2. gebiedende wijs van hippen hip! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hippen hip je?

Lees verder
2019-09-23

hip

avontuurtje, ook: snol. Dat niese loopt op een hip. Ze kan hippies hij de vleet krijgen.

Lees verder
2019-09-23

hip

hip - (argot), avonduurtje.