Wat is de betekenis van Hinderlijk?

2024-06-21
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-21
Nieuwe Woorden Netwerk

Redactie Ensie (2020)

Hinderlijk

Belemmerend, tegenwerkend

2024-06-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

hinderlijk

hinderlijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. hinder veroorzakend Dat lawaai is er alleen maar hinderlijker op geworden. Woordherkomst Naamwoord van handeling van hinderen met het achtervoegsel -lijk

2024-06-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

hinderlijk

hinderlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: hin-der-lijk 1. waar je door gestoord of belemmerd wordt ♢ ik vind zijn gedrag erg hinderlijk Bijvoeglijk naamwoord: hin-der-lijk ... is hinderlijker dan ... ...

2024-06-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Hinderlijk

adj. & adv., Iêstich, hinderlik.

2024-06-21
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Hinderlijk

bn. bw. (-er, -st), 1. belemmerend, lastig, tegenwerkend : een hinderlijk obstakel; die bepaling is hinderlijk voor de handel; 2. stoornis veroorzakend, storend: ’t is hinderlijk, zo als de zaal galmt; wees niet zo hinderlijk; 3. onaangenaam aandoend, onbehaaglijk : de warmte is niet hinderlijk ; 4. wrevel of ergernis ...

2024-06-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

hinderlijk

bn., bw.; hinder veroorzakend, lastig: enge schoenen zijn hinderlijk; dat hoesten onder de les is hinderlijk.

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

hinderlijk

bn. en bw. hinder veroorzakend: enge schoenen zijn bij het lopen; iemand zijn; gepraat; -e manieren: leed. Syn. lastig, onaangenaam, ongevallig. Tgst. ➝ aangenaam.