Wat is de betekenis van hiep, uitroep?

2024-04-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Hiep, uitroep

tw., 1. uitroep van vreugde: hiep, hiep, hiep! hoera! 2. (eert.) kreet tot aansporing.

2024-04-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

hiep, uitroep

tw., uitroep van vreugde: —, —, —! hoera!