Wat is de betekenis van heus?

2020
2021-09-21
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Heus

Zie Huso

2019
2021-09-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

heus

heus - Bijvoeglijk naamwoord 1. hoffelijk, beleefd heus - Bijwoord 1. werkelijk, echt Dat gebeurt heus niet! Woordherkomst Via het Middelnederlandse heuvisk afgeleid van hof.

Lees verder
2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

heus

heus - bijvoeglijk naamwoord 1. precies als in de werkelijkheid ♢ is het heus? Bijvoeglijk naamwoord: heus de/het heuse ... Synoniemen echt, natuurlijk, onvervalst, reëel, waar, waarlijk, werkelijk Tegenstellingen...

Lees verder
1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

heus

bn. en bw. (-er, meest —), 1. hoffelijk, beleefd, welwillend, vriendelijk: een antwoord; heuse antwoorden; een heuse behandeling; (als bw.) op hoffelijke wijze: ik werd er ontvangen; 2. oprecht, trouwhartig: een heuse Vlaming; 3. (vaak in kindertaal) echt: kleine jongens met een heuse sigaar in de mond; hij had nog nooit een — kasteel...

Lees verder
1964
2021-09-21
voornamen

Voornamenboek

Heus

m -> Huso.

1952
2021-09-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Heus

adj. & adv., freonlik, hoask; — waar, siker wier, grounich wier, wier-wier, sikersonk, wiswier.

1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Heus

bn. bw. (-er, meest—), 1. hoffelijk, beleefd, welwillend, vriendelijk : een heus antwoord; heuse woorden ; een heuse behandeling ; — (als bw.) op hoffelijke wijze : ik werd er heus ontvangen ; 2. oprecht, trouwhartig : een heuse Vlaming ; 3. (in kindertaal of nabootsing daarvan) echt: kleine jongens met een heuse sigaar...

Lees verder