Wat is de betekenis van hen?

2020
2021-12-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

hen

Het begrip hen heeft 3 verschillende betekenissen: 1) vrouwelijke kip. kip van het vrouwelijke geslacht; vrouwelijke kip. 2) vrouwtje van hoenderachtige vogels. vrouwtje van hoenderachtige vogels. 3) zij. zij; ze. Hen is de objectsvorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon meervoud zij of ze en is het lij...

Lees verder
2020
2021-12-01
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Hen

Zie Hendrik

2019
2021-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hen

hen - Zelfstandignaamwoord 1. (vogels) het vrouwtje van de hoenderachtige vogels De hen legt een ei in de ren. hen - Persoonlijk voornaamwoord 1. persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud in de functie van lijdend voorwerp en na voorzetsels. Voornamelijk gebrui...

Lees verder
2018
2021-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hen

hen - voornaamwoord, zelfstandig naamwoord 1. derde persoon meervoud, object ♢ waar zijn de kinderen? ik heb hen niet gezien 2. vrouwelijk hoen dat eieren legt ♢ de hen broedde alle eieren uit Voor...

Lees verder
1997
2021-12-01
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

hen

Mullebrouck (1984) kent voor Vlaanderen de verwensing loop naar de hennen en kam de haan! In de emotionele betekenis van deze verwensing is niets meer terug te vinden van de letterlijke. Zij drukt thans minachting uit en kan weergegeven worden met ‘donder op, ik wil niets meer met je te maken hebben’. zie kammen.

1992
2021-12-01
Symbolen

Hans Biedermann

hen

oerbeeld voor moederlijkheid. De kloek is symbool voor de bescherming van zwakkeren, al in de bijbel (Matteüs 23, 37): ‘Jeruzalem, Jeruzalem ... hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.’ In de allegorische voorstelling van de zeven vrije k...

Lees verder
1964
2021-12-01
voornamen

Voornamenboek

Hen

m -> Hendrik (Gld. en in het noorden van Limb.).

1952
2021-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hen

1. s., hin; broedende —, briedhin, klok. 2. pron., har(ren), se; van —, harres.

Lees verder
1950
2021-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hen

bw., (gew.) niet hen of omtrent, niet bij of omtrent, niet in de nabijheid. Vgl. Heinde.

1937
2021-12-01
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hen

I. pers. vnw. 4de nv. mv. II. hen, v. hennen, hennetje; verwant met haan; kip.

Lees verder
1898
2021-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hen

Het begrip hen heeft 3 verschillende betekenissen: 1. hen - HEN v. (-nen), het wijfje der hoenderachtige vogels, inz. dat van het tamme hoen, kip eene hen met kiekens; — (w. g.) eene blinde hen vindt , soms eene korrel, ook een onnoozele heeft wel eens een goeden inval; — (w. g.) een wijze hen legt wel een ei in de brandnetels, de bes...

Lees verder