Wat is de betekenis van Hemel?

2026-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Hemel

m. (-en ; in de bet. 3. en 8 -s), 1. het schijnbare gewelf dat de aarde omsluit en waaraan de zon, maan en sterren zich vertonen, het uitspansel: in den beginne schiep God den hemel en de aarde (Gen. 1:1); de hemelen vertellen Gods eer (Ps. 19:2); de hoge hemel; de sterren aan de hemel; — de zon staat reeds hoog...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

hemel

(1936) (Utrecht, stud.) meisjeskamer. • Meisjes- en jongensstudenten (jammer slechts, dat het aantal der eerstgenoemden zoo betrekkelijk gering is gebleven: ongeveer io % van het gansche ledental) hebben steeds goed samengewerkt in de verschillende subvereenigingen, in besturen en commissies en in redacties van blad en jaarboek, op vergadering...