Wat is de betekenis van helen?

2025-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Helen

(heelde, heeft geheeld), 1. verbergen, geheimhouden, verzwijgen: voor een vriend behoeft ge niets te helen; 2. aan iemands ogen onttrekken; inz. gestolen goed opkopen en verborgen houden; (rechtst.) het opzettelijk kopen, inruilen, in pand nemen, als geschenk aannemen of uit winstbejag verbergen van enig door misdrijf verkregen voorwerp : ...

2025-12-05
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Helen

Engelse vorm van Helena.

2025-12-05
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Helen

Helen - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

2025-12-05
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

helen

helen - regelmatig werkwoord uitspraak: he-len 1. weer beter, gezond maken/worden ♢ de wond is inmiddels geheeld 2. iets kopen waarvan je weet dat het gestolen is ♢ het kopen van die gestolen fi...

2025-12-05
Dokterswoordenboek

Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt (2010)

helen

Zie (ook) genezen

2025-12-05
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

Helen

De heler, zegt men, is even slecht als de steler en men bedoelt: de medeplichtige is even schuldig als de dader. Maar eigenlijk is de heler de man die willens en wetens gestolen goed verbergt. Het werkwoord helen betekent dan ook: verstoppen. Het was vroeger sterk en de tijden luidden: hal, geholen. Het voltooide deelwoord kennen wij nog in verhole...

2025-12-05
Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Helen

m/v Eng. vorm van Helena. Ook m. vorm ervan.

2025-12-05
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Helen

(volksk.) Om de haalketting in boerderij leiden (z.Haal).

2025-12-05
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Helen

v., hielje, heelje; spoedig -d, hielsum, heelsum.

2025-12-05
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

helen

I. heelde, heeft geheeld; verbergen, geheimhouden; aan het oog onttrekken: gestolen goed helen; iets voor iem. helen; zie heling (I). II. helen, heelde, heeft (l),is (2) geheeld; l. genezen, heel maken: de tijd zal die wonde wel helen; 2. heel worden: de wonde heelt goed.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-05
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

helen

(’he:lən) (heelde, heeft geheeld) [~ Lat. celare d. i.] 1. Algm. verbergen : iets voor iemand -. 2. Recht. gestolen goed kopen en verborgen houden.