Heilige
I. m. en v. (-n), 1. iem. die Christus toebehoort ; de gemeenschap der heiligen, zie bij Gemeenschap ; 2. (R.-K.) iem. die door zijn of haar vroomheid en goede werken heeft uitgemunt en waarvan de Kerk, na zaligspreking, verklaard heeft dat hij of zij openlijk vereerd mag worden : Gods lieve heiligen; God en zijn heiligen a...