Heiden
m. (-en), 1. hij die niet in de ware God gelooft (en niet gedoopt is), ongelovige (in tegenst. met Joden en Christenen ; later zij die aan meer dan één God geloven, dus ook tgov. Mohammedaan): de afgoden der heidenen ; de zending onder de heidenen ; —den heidenen prediken, liet Evangelie verkondigen onder de...