Wat is de betekenis van Heerschzucht?

1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Heerschzucht

HEERSCHZUCHT, v. zucht of neiging om te heerschen: zijne heerschzucht kent geen grenzen. HEERSCHZUCHTIG, bn. (-er, -st), gaarne heerschende hij is zeer heerschzuchtig: zijne heerschzuchtige droomen. HEERSCHZUCHTIGHEID, v.