Wat is de betekenis van Heen-en-weer?

2019
2021-03-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

heen-en-weer

heen-en-weer - Zelfstandignaamwoord 1. trein- of bootkaartje voor een reis in beide richtingen Mag ik een heen-en-weertje van u? 2. schip dat een veerdienst over een rivier verzorgt 3. (naaiwerk) dicht op elkaar herhaalde steken om af te hechten Woordherkomst (samenkoppeling...

Lees verder
2017
2021-03-02
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Heen-en-weer

Heen-en-weer - boter. Vanwege de beweging bij het smeren. Een cent heen-en-weer betekende destijds het brood laten voorzien van een cent boter.

1998
2021-03-02
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Heen-en-weer

het - van iets krijgen ergens doodzenuwachtig van worden. Ook als platte verwensing: krijg het heen-en-weer‘valdood; verrek’. Ach, krijg het heen en weer, mompelde Krack. (Herman Pieter de Boer: Het herenhotel, 1979) Krijg nou het heen en weer... (Bril en Van Weelden: Piano & Gitaar, 1990)

Lees verder
1997
2021-03-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

heen-en-weer

In de eufemistische verwensing krijg het heen-en-weer staat heen-en-weer voor iets onheilspellends, zoals een ziekte of iets dergelijks. De emotionele betekenis duidt op minachting, ergernis enz. en kan goed weergegeven worden door ‘ga toch gauw, je kunt me wat’. Sanders en Tempelaars (1998) noemen als versterkende uitbrei...

Lees verder
1973
2021-03-02
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

heen-en-weer

I. m., 1. boot, die, door heen en weer te varen, de verbinding tussen de oevers van een rivier onderhoudt; 2. (in verkleinvorm) retour kaartje; II. o., in de volksuitdr. het — van iets krijgen, er doodzenuwachtig van worden; die jongen heeft het —, kan zijn ei niet kwijt, loopt maar op en neer.

Lees verder
1950
2021-03-02
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Heen-en-weer

v., 1. boot die, door heen en weer te varen, de verbinding tussen de oevers van een rivier onderhoudt; 2. (sold.) boter; 3. (in verkleinv.) retourkaartje; — (naaist.) zekere steek zigzagsgewijzeover de naad.

Lees verder