Wat is de betekenis van hebzucht?

2019
2021-03-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hebzucht

hebzucht - Zelfstandignaamwoord 1. een overdreven begeerte naar materieel gewin Hun hebzucht is vaak wat uiteindelijk dictators ten val brengt. Wouter Bos: «De hele crisis betekent de definitieve teloorgang van een systeem dat is gebaseerd op hebzucht, on...

Lees verder
2018
2021-03-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hebzucht

hebzucht - zelfstandig naamwoord uitspraak: heb-zucht 1. de neiging om alles te willen hebben ♢ het is alleen maar hebzucht dat hij die appels meenam Zelfstandig naamwoord: heb-zucht de hebzucht

Lees verder
2017
2021-03-07
Michiel Van Vugt

Auteur van Net Iets Slimmer ● Vermogensplanner

Hebzucht

Hebzucht is de drijfveer meer te willen hebben. Dit geldt voor spullen, geld, waardering, status, vrienden etc. Het wordt ook wel gezien als de angst voor het missen van een kans. Hebzucht blijkt op verschillende momenten. Bekende voorbeelden vinden we op de beurs. Veel bekende beleggingszeepbellen ontstaan uit hebzucht. Een van eerste bubbels is...

Lees verder
1973
2021-03-07
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

hebzucht

v./m., sterke begerigheid naar geld of goed: zijn — kent geen grenzen.

1955
2021-03-07
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

HEBZUCHT

is een ondeugd die bestaat in een ongeregeld begeren en willen vasthouden van geld en goed. Ongeregeld is het begeren in zover het rechten van anderen voorbijziet en geen rekening ermee houdt dat de aardse goederen geen doel zijn doch slechts middelen voor een goed menselijk leven en wel middelen waarop, ook wanneer zij rechtmatig worden bezeten, e...

Lees verder
1950
2021-03-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hebzucht

v., sterke begerigheid naar geld of goed : zijn hebzucht kent geen grenzen.

1898
2021-03-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hebzucht

HEBZUCHT, v. gierigheid, inhaligheid zijne hebzucht kent geen grenzen.

1898
2021-03-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Hebzucht

zie Baatzucht.